Amerika's eerste AI-framework: dit staat erin
Op 20 maart 2026 publiceerde het Witte Huis zijn National Policy Framework for Artificial Intelligence: een wetgevend raamwerk dat het Congres moet aanzetten tot één federale AI-wet. Het document is compact, ambitieus en op punten verrassend concreet. De timing is niet toevallig: terwijl in Europa de EU AI Act per 2 augustus 2026 grotendeels van kracht wordt, kiest Washington voor een fundamenteel andere koers. Als jurist moet je die koers kennen, want de gevolgen reiken verder dan de Amerikaanse markt.
Zeven pijlers, één boodschap
Het framework is opgebouwd rond zeven thematische pijlers, van kinderbescherming en energiebeleid tot intellectueel eigendom en vrije meningsuiting. De rode draad? De federale overheid moet de regie nemen en voorkomen dat vijftig staten elk hun eigen AI-regels schrijven. Dat is geen abstracte wens. In Colorado, Californië, Utah en Texas bestaan al AI-wetten die uiteenlopen van transparantieplichten tot beperkingen op geautomatiseerde besluitvorming. De Trump-administratie wil die lappendeken vervangen door een minimale federale standaard.
Het framework stelt expliciet dat staten AI-ontwikkeling niet mogen reguleren, omdat het een inherent interstatelijk fenomeen is met buitenlandse en nationale veiligheidsimplicaties. Dat is een forse positie, en niet iedereen is het daarmee eens: meer dan vijftig Republikeinse politici schreven eerder deze maand een brief aan het Witte Huis waarin ze waarschuwden dat het beleid neerkomt op het beschermen van de techindustrie tegen verantwoordingsplicht.
Copyright: de rechter beslist
Voor juristen die zich bezighouden met intellectueel eigendom bevat het framework een opvallende passage. De administratie stelt dat het trainen van AI-modellen op auteursrechtelijk beschermd materiaal geen inbreuk vormt op het auteursrecht. Tegelijkertijd erkent ze dat er argumenten bestaan die het tegendeel betogen, en laat ze de kwestie uitdrukkelijk over aan de rechter. Het Congres wordt opgeroepen geen actie te ondernemen die de rechterlijke toetsing van fair use zou beïnvloeden.
Daarnaast wordt voorgesteld om collectieve licentiekaders mogelijk te maken, zodat rechthebbenden gezamenlijk kunnen onderhandelen met AI-aanbieders, zonder mededingingsrechtelijke aansprakelijkheid. Let op: het framework zegt nadrukkelijk niet wanneer of of zo'n licentie verplicht is. Dat is een bewuste open ruimte.
Voor wie cliënten bijstaat in de creatieve sector of technologie-industrie is dit relevant. De Amerikaanse benadering kan als precedent gaan werken, ook in Europese discussies over de verhouding tussen de EU AI Act en het bestaande auteursrecht.
Europa en Amerika: twee werelden
De tegenstelling met de Europese aanpak is scherp. Waar de EU AI Act een gedetailleerd risicogebaseerd systeem optuigt met verplichtingen voor aanbieders, gebruikers en importeurs, kiest het Witte Huis voor een "light-touch" benadering. Geen nieuw federaal toezichtsorgaan, geen omvangrijke compliance-verplichtingen, maar regulering via bestaande sectorale toezichthouders en door de industrie geleide standaarden.
Zoals Sullivan & Cromwell het analyseert: het framework weerspiegelt een duidelijk standpunt in het wereldwijde debat over of AI-regulering innovatie moet stimuleren of individuele rechten moet beschermen. De EU kiest nadrukkelijk voor dat laatste.
Voor kantoren die internationale cliënten adviseren, betekent dit een compliance-realiteit op twee sporen. Je Europese verplichtingen onder de AI Act gelden onverminderd, ongeacht wat er in Washington wordt besloten. Maar als het framework daadwerkelijk wet wordt, ontstaat er voor bedrijven die in beide markten opereren een complexe puzzel van elkaar overlappende (en soms tegenstrijdige) vereisten.
Wordt dit wet?
De eerlijke inschatting: waarschijnlijk niet op korte termijn. Zoals meerdere analisten opmerken, is het onzeker of er in het Congres voldoende steun bestaat voor het volledige framework, zeker in een jaar met tussentijdse verkiezingen. Maar dat maakt het niet irrelevant. Het framework zet de contouren neer van het Amerikaanse AI-beleid voor de komende jaren en zal het debat in het Congres vormgeven, ook als er geen allesomvattende wet uit rolt.
Michael Kratsios, directeur van het Office of Science and Technology Policy, zei tegen Fox News dat het Witte Huis wil dat het Congres "dit jaar" handelt. Dat is ambitieus. Maar de richting is duidelijk.
Wat je hiervan moet onthouden
Als jurist kun je het je niet veroorloven om alleen naar Brussel te kijken. De transatlantische AI-reguleringskloof wordt groter, niet kleiner. Dat heeft directe gevolgen voor contracten, compliance-strategieën en het advies dat je aan cliënten geeft.
Ken de EU AI Act. Ken het Amerikaanse framework. En weet waar ze botsen.