Het digitale speelveld in kabinet-Jetten: wie doet wat?
Op 23 februari 2026 is het kabinet-Jetten beëdigd en is de definitieve portefeuilleverdeling vastgesteld. Voor juristen die actief zijn op het snijvlak van technologie en recht, biedt deze verdeling belangrijke inzichten: wie is straks je primaire aanspreekpunt voor digitalisering, gegevensbescherming of cyberveiligheid?
Verschuiving naar economische zaken
De meest opvallende wijziging is de verplaatsing van het digitale dossier van Binnenlandse Zaken naar het ministerie van Economische Zaken. Het kabinet kiest hiermee voor een aanpak waarin digitalisering wordt gekoppeld aan innovatie, economische groei en het versterken van de Nederlandse positie in de mondiale techwereld.
Willemijn Aerdts (D66) wordt in deze nieuwe structuur staatssecretaris digitale economie en soevereiniteit. Haar achtergrond als veiligheidsexpert aan de Universiteit Leiden en haar werk over inlichtingendiensten brengt een unieke invalshoek. Het thema digitale soevereiniteit – het verminderen van afhankelijkheid van buitenlandse techbedrijven – staat hoog op haar agenda.
Het brede mandaat van de nieuwe staatssecretaris
De portefeuille van staatssecretaris Aerdts omvat een indrukwekkend scala aan onderwerpen. Zij wordt verantwoordelijk voor de digitale economie en infrastructuur, de coördinatie van het digitaliseringsbeleid en het thema soevereiniteit. Daarnaast vallen telecom, de digitale samenleving en de digitale overheid onder haar verantwoordelijkheid.
Bijzonder relevant voor de juridische praktijk is dat zij ook de normering en regulering van beleid ten aanzien van AI en algoritmes onder zich krijgt, inclusief het aanspreekpunt voor de algoritme-autoriteit bij de Autoriteit Persoonsgegevens. De Nationale Digitaliseringsstrategie, het Europese en internationale digitaliseringsbeleid, open data en de digitale wallet maken eveneens deel uit van haar takenpakket.
Wat blijft bij binnenlandse zaken?
Staatssecretaris Eric van der Burg (VVD) op Binnenlandse Zaken behoudt een aantal belangrijke digitale dossiers. CIO-Rijk, de chief information officer voor de Rijksoverheid, blijft onder zijn verantwoordelijkheid. Ook de Wet open overheid, openbaarheid van bestuur en de coördinatie van AI binnen de Rijksoverheid blijven bij BZK. Dit geldt eveneens voor uitvoeringsorganisaties als Logius en ICTU.
Voor overheidsjuristen is het relevant dat de informatieveiligheid voor de (Rijks)overheid en de toegankelijke, mensgerichte digitale dienstverlening eveneens bij Binnenlandse Zaken blijven.
Justitie en veiligheid: gegevensbescherming en cybersecurity
Minister Van Weel (VVD) blijft op Justitie en Veiligheid verantwoordelijk voor onderwerpen die direct raken aan de dagelijkse praktijk van veel juristen. Cybersecurity, de NCTV en missiekritische communicatie blijven hier ondergebracht. Wetgeving en toezicht op gegevensbescherming (AVG, Wpg, Wjsg) en intellectueel eigendom vallen eveneens onder dit ministerie.
Wat betekent dit voor de rechtspraktijk?
De herverdeling creëert een duidelijker landschap, maar vraagt ook alertheid. Wie adviseert over AI-implementatie bij bedrijven kijkt naar Economische Zaken voor het normatieve kader, maar moet voor vragen over persoonsgegevensverwerking nog steeds naar de structuren onder Justitie en Veiligheid. De coördinatierol vanuit EZK moet leiden tot meer samenhang, maar de praktijk zal uitwijzen hoe effectief deze versnippering over meerdere departementen wordt aangepakt.
Voor advocaten en bedrijfsjuristen die werken aan tech-transacties, compliance-trajecten of digitaliseringsprojecten bij de overheid, is het zaak om de juiste lijnen naar beide ministeries te onderhouden. De integrale benadering die premier Jetten voorstaat – digitale veiligheid, soevereiniteit en economische kansen samenbrengen – klinkt ambitieus. De komende maanden zal moeten blijken hoe deze ambitie zich vertaalt naar werkbare processen.