Mistral eruit, Copilot erin: UWV laat Europa in de kou staan
Volgens berichtgeving van Computable van 1 mei 2026 zet de uitvoeringsinstantie halverwege deze maand een streep door het gebruik van Le Chat van Mistral en begint zij in plaats daarvan een proef met Microsoft Copilot, die loopt tot het einde van dit jaar. Bij navraag worden de standaardredenen opgesomd: het past beter bij de IT-omgeving die er al staat, beheerders houden meer grip, en medewerkers worden minder verleid om buiten de geautoriseerde tooling om te werken. Daarna zien we wel weer, klinkt het impliciet.
Wat hier in werkelijkheid plaatsvindt, gaat verder dan een uitwisseling tussen twee chatassistenten. De grootste publieke uitvoeringsorganisatie van het land, verantwoordelijk voor uitkeringen aan miljoenen Nederlanders, ruilt een Frans product in voor een Amerikaanse aanbieder die al diepgeworteld zit in vrijwel elke overheidskantoorautomatisering.
Dit had een bedrijfsmatig saaie keuze kunnen zijn, ware het niet dat exact diezelfde overheid een tekstfabriek over digitale autonomie laat draaien. In de Meerjarenvisie Digitale Overheid 2025-2030 en de bijbehorende Visie Digitale Autonomie en Soevereiniteit staat in onmiskenbare bewoordingen dat Nederland minder afhankelijk moet worden van een handvol buitenlandse leveranciers, dat eigen regie op data, cloud en AI essentieel is, en dat Europese alternatieven structureel ruimte horen te krijgen.
Daarbovenop hebben we inmiddels een staatssecretaris voor Digitale Economie en Soevereiniteit, een Kamermotie die voor 2029 een Europees aandeel van dertig procent in de overheidscloud bepleit, en een eindeloze reeks conferenties waar de CLOUD Act steevast wordt opgevoerd als reden tot voorzichtigheid bij Amerikaanse aanbieders.
En vervolgens kiest het UWV dus toch voor Copilot.
Het pijnlijke is niet dat Microsoft een onbruikbaar product zou leveren. Le Chat van Mistral was er gewoon. Beschikbaar, in lijn met Europese privacyregels, gebouwd door een aanbieder die juist nu marktvolume nodig heeft om de schaal te bereiken die nodig is om de Amerikaanse reuzen serieus tegen te spreken. Door als grootverbruiker toch weer voor de gevestigde naam te kiezen, stuurt de overheid een onomwonden signaal richting het Europese AI-ecosysteem: jullie krijgen een kans als jullie product naadloos in onze al-Amerikaanse stack past. En dat moment komt natuurlijk nooit, want die stack is per definitie van iemand anders.
Pragmatisme noemen we dat dan. In werkelijkheid is het een politieke beslissing verpakt als technische afweging.
Wat het lastig maakt om verontwaardigd te blijven, is hoe vaak dit patroon zich herhaalt. Beleidsstukken stapelen op, terwijl inkooporders precies dezelfde route blijven volgen die ze altijd volgden. Miljarden worden gereserveerd voor een Sovereign Tech Stack waar de ambtelijke uitvoering vervolgens vrolijk omheen blijkt te kunnen werken. De afhankelijkheid waarvoor in elke beleidsbrief gewaarschuwd wordt, groeit ondertussen rustig door.
De vraag is wie dit doorbreekt. Een Kamerlid dat schriftelijke vragen indient over de afweging die hier is gemaakt? Een onderzoek van de Algemene Rekenkamer dat dit soort beslissingen toetst aan het eigen beleidskader? Een staatssecretaris die durft te zeggen dat een uitvoeringsorganisatie hier niet zomaar overheen kan stappen?
Zolang dat antwoord ontbreekt, blijft soevereiniteit in Nederland een papieren begrip. En papieren soevereiniteit is, zoals deze beslissing onbedoeld haarscherp illustreert, geen soevereiniteit.