Wat moeten net afgestudeerde juristen kunnen met AI? Uni Leiden onderzoekt de verwachtingen van de praktijk.

De opkomst van kunstmatige intelligentie verandert het werk van juristen in hoog tempo. Tools voor juridisch onderzoek, documentanalyse, samenvatten, contractreview en kennismanagement worden steeds vaker geïntegreerd in het dagelijkse werk van advocatenkantoren, bedrijfsjuridische afdelingen en overheidsorganisaties. Tegelijkertijd rijst een belangrijke vraag: welke AI-vaardigheden moeten jonge juristen eigenlijk hebben wanneer zij de arbeidsmarkt betreden?

Om daar meer inzicht in te krijgen is de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden gestart met een onderzoek naar de verwachtingen van de juridische praktijk. In een korte survey vragen prof. mr. Tycho de Graaf en mr. Alette Jansen professionals uit de juridische sector naar hun visie op het gebruik van AI en de vaardigheden die zij verwachten van pas afgestudeerde juristen.

De resultaten van dit onderzoek kunnen belangrijke inzichten opleveren voor zowel het juridische onderwijs als de praktijk.

AI verandert het juridische vak

Het juridische beroep staat al enkele jaren onder invloed van technologische ontwikkelingen. Waar digitalisering aanvankelijk vooral administratieve processen raakte, begint AI inmiddels ook inhoudelijke werkzaamheden te beïnvloeden.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • AI-ondersteund juridisch onderzoek

  • automatische samenvatting van rechtspraak of literatuur

  • analyse van grote hoeveelheden documenten

  • ondersteuning bij contractanalyse en due diligence

  • drafting van eerste conceptteksten

Voor jonge juristen betekent dit dat hun toekomstige werkveld anders zal zijn dan dat van eerdere generaties. Niet alleen juridische kennis blijft belangrijk, maar ook het vermogen om effectief met AI-tools te werken en de output daarvan kritisch te beoordelen.

Dat roept nieuwe vragen op voor werkgevers én voor universiteiten.

Wat verwacht de praktijk van jonge juristen?

De survey van de Universiteit Leiden richt zich op vier centrale thema’s:

  1. Gebruik van AI in de praktijk
    De onderzoekers willen weten of organisaties AI-tools gebruiken en voor welke werkzaamheden deze worden ingezet.

  2. Verwachtingen ten aanzien van vaardigheden
    Welke klassieke juridische vaardigheden blijven essentieel? En welke nieuwe AI-vaardigheden zouden jonge juristen volgens werkgevers moeten beheersen?

  3. De verhouding tussen juristen en AI
    Wordt AI gezien als een hulpmiddel, een productiviteitsversterker of als een technologie die bepaalde taken fundamenteel verandert?

  4. Verantwoordelijkheid voor AI-vaardigheden
    Wie moet ervoor zorgen dat jonge juristen AI-vaardigheden ontwikkelen?

    • universiteiten

    • werkgevers

    • de juristen zelf

    • of een combinatie daarvan

Deze vragen raken aan een bredere discussie die momenteel binnen het juridische onderwijs plaatsvindt: hoe bereid je studenten voor op een beroepspraktijk waarin technologie een steeds grotere rol speelt?

De rol van het juridische onderwijs

Universiteiten staan voor een complexe uitdaging. Enerzijds moeten zij studenten blijven opleiden in de kern van het juridische vak: juridisch redeneren, argumenteren, interpreteren en analyseren. Anderzijds moeten zij studenten voorbereiden op een werkomgeving waarin digitale tools een integraal onderdeel vormen van het werk.

Het introduceren van AI in het curriculum roept verschillende vragen op:

  • Moeten studenten leren hoe AI werkt, of vooral hoe zij het verantwoord gebruiken?

  • Hoe voorkom je dat AI-tools het leerproces vervangen in plaats van ondersteunen?

  • Welke vaardigheden blijven essentieel als AI steeds meer routinetaken kan uitvoeren?

Veel opleidingen experimenteren inmiddels met nieuwe onderwijsvormen. Denk aan vakken over legal tech, workshops over prompting, of oefeningen waarin studenten AI-output moeten analyseren en corrigeren.

Het doel is niet dat studenten blind vertrouwen op technologie, maar dat zij leren kritisch en verantwoord met AI om te gaan.

AI-vaardigheden zijn méér dan technologie

Wanneer er gesproken wordt over AI-vaardigheden, gaat het vaak niet alleen om technische kennis. Voor juristen zijn juist andere competenties minstens zo belangrijk.

Belangrijke vaardigheden zijn bijvoorbeeld:

Kritisch beoordelen van AI-output
AI kan fouten maken, hallucineren of onvolledige informatie geven. Juristen moeten de output daarom altijd zelfstandig controleren.

Juridische context begrijpen
AI kan tekst genereren, maar het interpreteren van wetgeving, jurisprudentie en doctrine blijft mensenwerk.

Effectief formuleren van opdrachten aan AI-tools
De manier waarop een vraag wordt gesteld bepaalt vaak de kwaliteit van het antwoord.

Ethiek en vertrouwelijkheid
Het gebruik van AI roept vragen op over privacy, vertrouwelijkheid en beroepsgeheim.

Kortom: AI-vaardigheden zijn uiteindelijk juridische vaardigheden in een nieuwe technologische context.

Waarom dit onderzoek belangrijk is

Onderzoek zoals deze survey van de Universiteit Leiden kan helpen om de kloof tussen onderwijs en praktijk beter te begrijpen.

Werkgevers hebben vaak andere verwachtingen dan universiteiten denken. Tegelijkertijd hebben universiteiten een belangrijke rol in het bewaken van academische vorming en kritisch denken.

Door de verwachtingen van de praktijk systematisch in kaart te brengen, kan het onderzoek bijdragen aan:

  • betere aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt

  • realistischer verwachtingen over AI in de juridische praktijk

  • gerichter onderwijs over technologie en recht

Voor de juridische sector is dat relevant, omdat de komende jaren een generatie juristen instroomt die opgegroeid is met AI-tools.

Een uitnodiging aan de juridische praktijk

De onderzoekers nodigen professionals uit de juridische sector uit om deel te nemen aan de survey. De vragenlijst duurt ongeveer vijf tot tien minuten.

De antwoorden worden vertrouwelijk en anoniem verwerkt en opgeslagen op beveiligde servers van de Universiteit Leiden. De resultaten zullen worden gepubliceerd in een wetenschappelijk artikel.

Voor iedereen die betrokken is bij de opleiding of begeleiding van jonge juristen kan deelname waardevolle inzichten opleveren.

Tot slot

De discussie over AI in het juridische beroep wordt vaak gevoerd vanuit technologie: welke tools bestaan er en wat kunnen ze? Maar minstens zo belangrijk is de vraag wat dit betekent voor de volgende generatie juristen.

Onderzoek naar de verwachtingen van werkgevers kan helpen om beter te begrijpen welke vaardigheden straks werkelijk nodig zijn.

Want één ding lijkt inmiddels duidelijk: de jurist van de toekomst werkt niet zonder AI — maar ook niet zonder kritisch juridisch denkvermogen.

Volgende
Volgende

Van licentie naar impact: waarom juridische teams AI niet adopteren (en wat de wetenschap ons leert)