AI en jonge advocaten: wat zegt de NOvA-peiling?
De NOvA publiceerde begin maart 2026 een factsheet met de resultaten van haar Peiling onder jonge advocaten 2025, uitgevoerd in samenwerking met de Stichting Jonge Balie Nederland en het Financieele Dagblad. Ruim vijfhonderd advocaten met maximaal zeven jaar praktijkervaring vulden de enquête in. De uitkomsten over werkdruk, partner-ambities en werk-privébalans kregen terecht aandacht. Maar één onderdeel verdient een extra blik: wat denken deze advocaten eigenlijk over de invloed van AI op hun loopbaan?
De kernvraag: vlieguren en het partnermodel
De peiling stelde respondenten de volgende vraag: "Denkt u dat AI van invloed zal zijn op het maken van vlieguren (en daarmee op het huidige partnermodel)?"
De antwoorden zijn opvallend verdeeld:
39,4% zegt dat AI het partnermodel niet verandert
27,0% weet het niet
13,1% verwacht juist méér vlieguren te moeten maken om partner te worden
12,7% verwacht minder vlieguren nodig te hebben
7,7% geeft een ander antwoord
Kort samengevat: bijna vier op de tien jonge advocaten verwacht geen wezenlijke verandering. Nog eens ruim een kwart heeft simpelweg geen idee. Slechts een kleine minderheid verwacht dat AI de lat voor het partnerschap verlaagt.
Wat opvalt: de twijfel is groot, de verwachting van verandering klein
Als je AI-optimisten en AI-pessimisten bij elkaar optelt, verwacht samen iets minder dan 26% wel een effect op de vlieguren. Dat is op zichzelf al een minderheidsstandpunt. Bovendien zijn die twee groepen nagenoeg even groot: de mensen die denken dat AI meer werk oplevert staan vrijwel gelijk tegenover degenen die denken dat het werk verlicht.
Dit patroon is herkenbaar. Veel professionals in arbeidsintensieve sectoren onderschatten structureel hoe snel AI de aard van routinematig werk verandert, zeker als die verandering nog niet zichtbaar is in hun dagelijkse praktijk. De advocatuur is daarin geen uitzondering.
Dat wil niet zeggen dat de scepsis onterecht is. Het partnermodel is diepgeworteld en verandert langzaam. Maar het is wel een signaal dat de sector nog niet breed nadenkt over wat AI concreet betekent voor het principe van vlieguren als toegangsbewijs tot het partnerschap.
De bredere context: het partnermodel staat toch al onder druk
Wat de AI-data extra interessant maakt, is de context. Het partnermodel staat los van AI al volop ter discussie onder jonge advocaten. Uit dezelfde peiling blijkt:
Slechts 22,4% heeft de ambitie om partner te worden
36,0% zegt dat partnerschap niet hun doel is
37,4% weet het nog niet
De redenen die respondenten noemen, zijn veelzeggend. Vrouwelijke advocaten wijzen erop dat het huidige partnermodel gebaseerd is op een situatie die de meesten van hen niet kennen: een partner thuis die het gezin opvangt. Anderen noemen de werk-privébalans als dealbreaker, los van geslacht. De werkdruk speelt ook mee: 56,5% van de respondenten ervaart de werkdruk als hoog of te hoog.
Met andere woorden: jonge advocaten zien het partnermodel al als problematisch, maar leggen die kritiek nauwelijks in verband met AI. Ze verbinden de twee vraagstukken niet.
Wat zou AI wél kunnen veranderen?
Juist dáár zit de blinde vlek. AI heeft het potentieel om een deel van het werk te automatiseren dat nu vlieguren oplevert: standaard onderzoek, contractcontrole, processtukken op basis van templates, jurisprudentieanalyse. Als dat werk sneller of goedkoper kan worden gedaan, heeft dat consequenties voor het verdienmodel van kantoren én voor de manier waarop juniors hun toegevoegde waarde bewijzen.
Of dat betekent dat je minder uren nodig hebt om partner te worden, of juist dat de lat hoger komt te liggen omdat je output verwacht wordt te stijgen, is eerlijk gezegd nog niet te zeggen. Dat is precies de reden dat de 27% die "ik weet het niet" antwoordde, misschien wel het meest eerlijke antwoord geeft.
Wat dit betekent voor kantoren en opleiders
De peiling is een nulmeting. Ze laat zien dat het gesprek over AI en loopbaanontwikkeling in de advocatuur nog niet echt is geland bij de mensen voor wie het er het meest toe doet: de advocaten die nu hun eerste jaren doorlopen en over vijf tot tien jaar de ruggengraat van de sector vormen.
Dat gesprek hoeft niet alarmistisch te zijn. Maar het moet wel plaatsvinden, en liefst concreet. Niet "AI gaat alles veranderen" als abstracte claim, maar: welke taken veranderen er in de komende jaren, wat verwacht je van juniors, en hoe bereid je mensen voor op een praktijk waarin AI een standaard werkinstrument is?
De NOvA volgt deze ontwikkelingen via haar projectgroep Digitalisering en AI. Kantoren en opleiders hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden, maar moeten wel zelf het initiatief nemen om de verbinding te leggen tussen wat AI kan en wat jonge advocaten nodig hebben.