Apps in ChatGPT: een nieuwe manier van werken met AI

Tot nu toe gebruikten veel juristen ChatGPT vooral als slimme tekstassistent. Je stelde een vraag, kreeg een antwoord, en ging weer verder in je eigen systemen. Dat model verandert nu fundamenteel. Met de opening van app-inzendingen voor ChatGPT zet OpenAI een stap die ChatGPT transformeert van een los hulpmiddel naar een platform waarin externe toepassingen rechtstreeks kunnen meedraaien in het gesprek.

Dat klinkt technisch, maar de implicatie is eigenlijk heel praktisch: ChatGPT wordt niet alleen een plek waar je denkt en schrijft, maar ook waar je handelt. Waar workflows beginnen, worden doorlopen en afgerond — zonder dat je hoeft te schakelen tussen losse tools.

Voor juristen is dat een relevante ontwikkeling, juist omdat juridisch werk bestaat uit vaste patronen, terugkerende stappen en contextafhankelijke beslissingen.

Wat bedoelt OpenAI met “apps in ChatGPT”?

Een ChatGPT-app is geen app in de klassieke zin van een losse download. Het is een toepassing die direct in het gesprek met ChatGPT werkt en daar extra functionaliteit aan toevoegt. Zo’n app kan aanvullende informatie ophalen, externe acties uitvoeren of specifieke logica toepassen, terwijl jij gewoon blijft chatten.

Denk aan een app die tijdens een gesprek automatisch relevante wetgeving ophaalt, een document omzet in een gestructureerde samenvatting, of een compliance-check uitvoert op basis van ingevoerde gegevens. De kracht zit niet in één losse functie, maar in de combinatie van taalbegrip, context en actie.

Gebruikers kunnen deze apps vinden via een app-directory binnen ChatGPT zelf. Ontwikkelaars kunnen hun apps daar indienen, waarna OpenAI ze beoordeelt op kwaliteit, veiligheid en transparantie. Alleen goedgekeurde apps worden beschikbaar gesteld aan gebruikers.

Waarom dit méér is dan ‘weer een nieuwe AI-feature’

De meeste AI-ontwikkelingen van de afgelopen jaren draaiden om betere antwoorden: sneller, slimmer, nauwkeuriger. Deze stap gaat over iets anders. Het gaat over inbedding.

ChatGPT wordt steeds meer een centrale interface waar verschillende hulpmiddelen samenkomen. In plaats van losse AI-tools voor onderzoek, schrijven, structureren en controleren, ontstaat één omgeving waarin die stappen logisch op elkaar volgen.

Voor juristen is dat herkenbaar. Juridisch werk is zelden één handeling. Een vraag leidt tot analyse, analyse tot documentatie, documentatie tot besluitvorming. Apps maken het mogelijk om die keten te ondersteunen binnen één gesprek, zonder steeds opnieuw context te hoeven aanbrengen.

Dat maakt het gebruik van AI minder experimenteel en meer professioneel.

Wat levert dit juristen concreet op?

De belangrijkste winst zit in focus en samenhang. Minder schakelen tussen systemen betekent minder contextverlies. Een app kan bijvoorbeeld weten in welke rechtsgebied je werkt, welke cliëntcontext relevant is en welke normen van toepassing zijn, en die informatie blijven meenemen in het gesprek.

Daarnaast opent dit de deur naar gespecialiseerde juridische toepassingen. Niet generiek “AI voor iedereen”, maar tools die zijn afgestemd op specifieke juridische praktijken: arbeidsrecht, privacy, strafrecht, compliance, bestuursrecht. Juist daar ligt voor juristen de meeste waarde.

Ook voor organisaties biedt dit kansen. Juridische afdelingen en kantoren kunnen eigen apps laten ontwikkelen die aansluiten bij hun interne werkwijzen, formats en beoordelingskaders. Daarmee wordt AI geen extern hulpmiddel, maar onderdeel van de eigen professionele standaard.

Maar: dit vraagt ook om juridische scherpte

Met meer mogelijkheden komt ook meer verantwoordelijkheid. Apps draaien vaak op externe systemen en databronnen. Dat betekent dat vragen over privacy, gegevensdeling en aansprakelijkheid concreter worden.

OpenAI verplicht ontwikkelaars daarom tot transparantie over welke gegevens worden gebruikt en waarvoor. Gebruikers houden de controle: zij moeten expliciet een app koppelen en kunnen die koppeling op elk moment verbreken. Dat is belangrijk, maar voor juristen niet voldoende.

Wie AI-apps inzet in juridisch werk, zal moeten blijven nadenken over vragen als: welke gegevens gaan hier doorheen? Wie is verantwoordelijk voor fouten? En hoe borg ik dat AI-ondersteuning past binnen mijn beroepsethiek en zorgplicht?

Juist omdat apps meer doen dan alleen tekst genereren, wordt governance belangrijker.

Van experiment naar infrastructuur

Wat deze ontwikkeling vooral laat zien, is dat AI het experimentele stadium verlaat. ChatGPT wordt geen losse “slimme assistent” meer, maar een infrastructuur waarop anderen voortbouwen.

Voor juristen betekent dat een verschuiving in mindset. Niet: “kan AI dit ook?”, maar: “welke onderdelen van mijn werk lenen zich voor structurele ondersteuning?” En misschien nog belangrijker: “hoe zorg ik dat die ondersteuning juridisch verantwoord is ingericht?”

Wie daar nu al over nadenkt, loopt straks voorop. Niet omdat AI het juridische werk overneemt, maar omdat het juridische werk beter wordt ingebed in slimme, herhaalbare en controleerbare processen.

Dat is geen hype. Dat is professionalisering.

Vorige
Vorige

Awesome Compliance Technology haalt €1,2 miljoen op voor collaboratief AI-complianceplatform

Volgende
Volgende

Prompting volgens Anthropic: het interne stappenmodel voor consistente AI-output