De transparantieplicht uit de AI Act geldt vanaf 2 augustus ook voor het kantoor dat zelf AI gebruikt
Vanaf 2 augustus 2026 moeten aanbieders en gebruikers van AI-systemen duidelijk maken wanneer iemand met AI te maken heeft, en wanneer tekst, beeld, audio of video door AI is gemaakt of bewerkt. Dat volgt uit artikel 50 van de AI Act. De Autoriteit Persoonsgegevens adviseert organisaties die onder deze plicht vallen om de praktijkcode te bestuderen die de Europese Commissie op 10 juni publiceerde, en die waar relevant te ondertekenen. Het woord "gebruikers" doet in die zin het meeste werk. De transparantieplicht landt breder dan bij OpenAI of Anthropic. Ze raakt elk kantoor dat een chatbot op zijn website zet of zijn teksten met AI laat maken.
De transparantieplicht van artikel 50 geldt voor de aanbieder van een AI-systeem en voor de organisatie die dat systeem inzet.
Wat de transparantieplicht vanaf 2 augustus inhoudt
Artikel 50 legt vier verplichtingen op. Een AI-systeem dat rechtstreeks met mensen communiceert, zoals een chatbot, moet kenbaar maken dat de gesprekspartner een machine is. Een systeem dat emoties herkent of mensen op biometrische kenmerken indeelt, moet de betrokkene daarvan op de hoogte stellen. Content die door AI is gegenereerd, moet als zodanig worden gemarkeerd, bijvoorbeeld met een watermerk of metadata. En wie een deepfake maakt of bewerkt, moet zichtbaar of hoorbaar vermelden dat het beeld of geluid kunstmatig is. Voor alle vier geldt dat de informatie er moet zijn voordat iemand met het systeem of de content in aanraking komt.
Overtreding valt in de tweede boetecategorie van de AI Act, met een maximum van 15 miljoen euro of 3 procent van de wereldwijde jaaromzet, zo werkt actcheck de sanctie voor artikel 50 uit. Eén onderdeel verdient een kanttekening. De plicht om AI-content machineleesbaar te markeren, artikel 50 lid 2, is via het Digital Omnibus-akkoord voorlopig verschoven naar 2 december 2026, terwijl de overige transparantieverplichtingen op 2 augustus ingaan. Dat akkoord is nog niet in het Publicatieblad gepubliceerd, dus tot dat moment gelden juridisch de oorspronkelijke data. De AP hanteert in haar bericht van 9 juli voor het geheel nog 2 augustus. Wie op zeker wil spelen, houdt die datum aan.
Ondertekenen is vrijwillig, de plicht zelf niet
De praktijkcode die de Commissie op 10 juni publiceerde, de Code of Practice on Transparency of AI-Generated Content, werkt de eisen rond markeren en labelen praktisch uit. Ondertekening ervan is vrijwillig. Daar zit een misverstand op de loer. Het staat een organisatie vrij om de code te tekenen, maar de verplichting uit artikel 50 geldt hoe dan ook, ook zonder handtekening. De code is een manier om aan afnemers en toezichthouder te laten zien hóé je aan de plicht voldoet. Ze vervangt de plicht niet.
De AP koppelde aan de code een lijst van eerste ondertekenaars, met 22 juli als peildatum. Dat is vooral een zichtbaarheidskwestie. Voor de naleving telt of je processen op 2 augustus op orde zijn, niet of je naam op die lijst staat.
Waarom dit het kantoor raakt dat zelf AI gebruikt
Bij de AI Act gaat de aandacht vaak naar de grote modelbouwers. De transparantieplicht is breder en raakt juist de organisaties die AI in hun eigen dienstverlening gebruiken. Voor een juridische praktijk zijn een paar toepassingen herkenbaar. Een chatbot op de kantoorwebsite die vragen van bezoekers beantwoordt, valt onder de meldplicht voor directe interactie. Nieuwsbrieven, marketingteksten of afbeeldingen die met AI zijn gemaakt, vallen onder de markeringsplicht. En een kantoor dat AI inzet om teksten te maken die het publiek informeren over zaken van algemeen belang, moet dat vermelden, tenzij een mens de tekst redactioneel heeft gecontroleerd en er verantwoordelijkheid voor draagt.
Deze plicht staat los van het beroepsgeheim, want ze gaat over je uitingen naar buiten en niet over cliëntdata. Ze sluit wel aan op een bredere beweging waarin toezicht op AI verschuift van vrijblijvende best practice naar een controleerbare verplichting. Wij schreven eerder waarom ieder advocatenkantoor een AI-beleid nodig heeft. De transparantieplicht geeft dat beleid een concrete, dateerbare eis om op te nemen.
Wat een kantoor nu kan vastleggen
De naleving is voor de meeste kantoren geen groot traject. Breng eerst in kaart waar in je organisatie AI mensen te woord staat of content maakt: de chatbot, de tekstgeneratie voor marketing, tools die beeld genereren. Zorg dat elke chatbot bij het openen meldt dat de bezoeker met AI praat, op een plek die opvalt en niet weggestopt in een privacyverklaring. Label AI-beeld en AI-video als kunstmatig; de praktijkcode bevat daarvoor vrij te gebruiken EU-iconen met de aanduiding 'AI generated' of 'AI modified'. Leg in je AI-beleid vast wie deze controle doet zodra het kantoor een nieuwe tool in gebruik neemt, zodat de plicht niet per medewerker of per toeval wordt ingevuld.
Voor kantoren die cliënten adviseren over hun AI-gebruik komt daar een tweede laag bij. Dezelfde vragen die je voor je eigen chatbot en content beantwoordt, spelen bij je cliënten, en de antwoorden verschillen per bedrijfsmodel. Wie de eigen naleving op orde heeft, adviseert daar geloofwaardiger over.