Een algoritme dat content stuurt, kost een platform de hostingvrijstelling
In een arrest van 16 juni 2026 oordeelde het Hof van Justitie dat een online platform niet langer beschermd is tegen aansprakelijkheid voor de inhoud die zijn gebruikers plaatsen, zodra het die inhoud met een algoritme stuurt. Een platform dat de inhoud alleen ordent en doorzoekbaar maakt, houdt die bescherming wel.
Wat de hostingvrijstelling is
Als een gebruiker iets op een platform zet, een filmpje, een reactie of een melding, dan slaat het platform dat op en geeft het door aan anderen. De Europese e-Commercerichtlijn bepaalt dat het platform daar niet automatisch voor aansprakelijk is, zolang het een neutrale tussenpartij blijft. Neutraal betekent hier: het geeft alleen door wat de gebruiker plaatst, zonder de inhoud te kennen en zonder te bepalen wat anderen te zien krijgen. Die bescherming heet de hostingvrijstelling, in de praktijk vaak de safe harbour genoemd. Ze bestaat omdat een platform onmogelijk vooraf alles kan nalezen wat zijn gebruikers plaatsen.
Wanneer je die bescherming kwijtraakt
Tot nu toe lag de nadruk op kennis. Een platform raakte de bescherming kwijt als het wist van concrete onrechtmatige inhoud en niet ingreep. Het Hof voegt daar nu een tweede, losse grond aan toe. Ook zonder die kennis verlies je de bescherming wanneer je controle hebt over de inhoud. Die controle, zegt het Hof, oefen je uit via je algoritme. Heeft het platform vooraf in dat algoritme vastgelegd onder welke voorwaarden inhoud wel of niet wordt getoond, dan telt dat al als controle. Of er daarna nog een mens naar kijkt, maakt niet uit. Het verweer dat een systeem nu eenmaal automatisch draait en het platform dus van niets weet, helpt daarbij niet meer.
Het verschil tussen content vindbaar maken en content sturen
Niet elk algoritme leidt tot dat verlies. Het Hof legt de grens bij wat het algoritme doet. Een algoritme dat inhoud sorteert en doorzoekbaar maakt, zodat gebruikers iets kunnen terugvinden, laat de bescherming intact. Gaat het algoritme verder en bepaalt het, in het belang van het platform zelf, onder welke voorwaarden, op welke manier en in welke volgorde inhoud verschijnt, dan stuurt het platform de inhoud en is het geen neutrale tussenpartij meer. Een aanbevelingssysteem dat beslist wat bovenaan komt, zit aan die kant van de grens.
Het Hof beslist niet zelf of de navigatiedienst Coyote, die in deze zaak centraal stond, aan de verkeerde kant zit. Dat laat het aan de Franse rechter, die de feitelijke werking van de dienst moet beoordelen. De uitspraak levert dus geen kant-en-klaar oordeel over een bepaald platform op, maar de maatstaf waarmee een rechter dat per dienst bekijkt.
Dit bouwt voort op eerdere rechtspraak en geldt ook onder de DSA
De lijn is niet nieuw. Sinds eerdere arresten als YouTube/Cyando uit 2021 geldt dat een platform met een actieve rol, die het kennis van of controle over de inhoud geeft, buiten de bescherming valt. Wat het Hof nu toevoegt, is dat controle op zichzelf staat, los van kennis, en dat het algoritme de plek is waar die controle zichtbaar wordt.
De zaak speelt onder de oude richtlijn, maar blijft actueel. De aansprakelijkheidsregels en het verbod op een algemene controleplicht zijn vrijwel ongewijzigd overgegaan naar de Digital Services Act, waarbij de bestaande rechtspraak leidend blijft en de DSA zelf al naar aanbevelingssystemen verwijst. Dezelfde maatstaf werkt daardoor door onder de DSA.
Gevolgen voor wie online diensten adviseert
Voor wie platforms en online diensten bijstaat, is de centrale vraag wat het algoritme met de inhoud doet. Loop per functie na of het algoritme de inhoud alleen vindbaar maakt of dat het, in het belang van het platform, bepaalt wat verschijnt en in welke volgorde. Leg die werking vast, want daar staat of valt de hostingverdediging bij een geschil. Toets vervolgens of die verdediging onder de DSA voor de betrokken functie nog opgaat, en leun daarbij niet op het feit dat het systeem geautomatiseerd is, want controle wordt los van kennis beoordeeld. Laat in contracten met leveranciers van zulke functies de aansprakelijkheid de controle volgen. Wie juist een platform aanspreekt, kan via de controleroute betogen dat de bescherming niet geldt, zonder te bewijzen dat het platform van de concrete inhoud wist.
De uitspraak gaat over meer dan platforms. Dezelfde zaak bevestigt dat een lidstaat verplichtingen als leeftijdsverificatie op pornosites of een verbod op flitsmeldingen alleen aan in andere lidstaten gevestigde aanbieders mag opleggen via individuele besluiten, en pas na melding aan de Europese Commissie en aan de lidstaat waar de aanbieder zit, behalve bij spoed. Een algemene regel voor een hele categorie diensten volstaat niet. Zoals ook bij de classificatie onder de AI-verordening bepaalt de kwalificatie van een dienst wie het risico draagt.