In zijn organisatieprioriteiten houdt het OM de AI-ambitie voor de opsporing bewust voorzichtig
In de organisatieprioriteiten 2026-2029 geeft het College van procureurs-generaal aan de komende jaren ruimte te geven om met AI te experimenteren, met aandacht voor de rechtmatigheid (Openbaar Ministerie). Het OM noemt twee richtingen: AI-toepassingen in opsporingsonderzoeken en in de eigen werkprocessen, en de vraag hoe het omgaat met crimineel gebruik van AI, die het urgenter ziet worden. Het College schrijft er meteen een rem bij, namelijk dat de daadwerkelijke toepassing van de technologie zich in veel situaties nog moet bewijzen.
Wat de prioriteiten over AI zeggen
De toon is afwachtend. Het OM kondigt experimenteerruimte aan en koppelt die aan de rechtmatigheid. Bij TIL valt op dat het document de rechtmatigheid als voorwaarde benoemt zonder uit te werken hoe die wordt geborgd. De ambitie staat er als richting, de invulling laat het stuk open.
AI hoort bij de verschuiving naar zwaardere en digitale criminaliteit
De AI-paragraaf staat op zichzelf niet los van de rest. De prioriteiten verleggen de focus van lichte, traditionele criminaliteit naar zwaardere en nieuwe vormen, met nadruk op online- en cybercriminaliteit, waarvan de instroom volgens het OM moet toenemen (Openbaar Ministerie). Dat verklaart waarom de AI-ambitie en het crimineel gebruik van AI in hetzelfde stuk samenkomen: het OM richt zijn capaciteit op het terrein waar technologie zowel het middel als het probleem is. De keuze voor eenvoud, met minder afhankelijkheden in de informatievoorziening en vaker gelijke werkprocessen, vormt daarbij het kader waarin nieuwe toepassingen moeten landen.
De AI-ambitie leunt op een IT die het OM zelf zwak noemt
Hier zit de spanning in het document. Het OM stelt dat bestendige IT en informatievoorziening de hoogste prioriteit hebben en dat de eigen IT sterk moet verbeteren, en het meldt dat dit in financieel soberdere tijden gebeurt. Bij de strafbeschikkingen erkent het stuk bovendien dat de kwaliteitsverbetering mede door beperkingen in de ICT nog niet is afgerond.
Onze lezing: de experimenteerruimte voor AI rust op een fundament dat het OM in hetzelfde document omschrijft als onderhoudsbehoeftig. Voor de geloofwaardigheid van de AI-plannen is dat geen bijzaak. Een toepassing in de opsporing is zo betrouwbaar als de systemen en de data eronder, en juist daar erkent het OM dat het werk nog niet af is.
Aandachtspunten voor de strafrechtpraktijk
Het OM benoemt rechtmatigheid als de voorwaarde voor zijn AI-experimenten. Dat is de plek waar de discussie in concrete zaken zal landen. Voor de verdediging wordt het relevant om te volgen hoe het OM die voorwaarde invult, en of in een onderzoek AI een rol heeft gespeeld. Het stuk zegt zelf dat de technologie zich nog moet bewijzen, wat ruimte laat om de betrouwbaarheid van een toepassing ter discussie te stellen zolang die niet is aangetoond.
Daarnaast tekent het document een richting af die je nu al kunt zien aankomen: meer aandacht voor digitale en cybercriminaliteit, en daarnaast een ruimer gebruik van strafbeschikkingen en procesafspraken om zittingsruimte voor zware zaken vrij te spelen. Wie in die hoek werkt, ziet de instroom en de afdoening de komende jaren verschuiven.