Legal Prompt van de Week: De instructie die op elk gesprek geldt
Elke week delen we op onze website de Legal Prompt van de Week om juristen te inspireren bij het gebruik van taalmodellen in hun dagelijkse werk. Of je nu op zoek bent naar een nieuwe invalshoek, een efficiëntere manier om informatie te analyseren of een innovatieve aanpak voor juridische vraagstukken, onze prompts helpen je slimmer gebruik te maken van taalmodellen en AI. Deze week delen we geen losse prompt maar de vaste instructie die je één keer instelt en die daarna op elk gesprek meedraait. We laten zien hoe zo'n instructie eruitziet voor een advocaat en waarom de volgorde en een enkele voorrangsregel het verschil maken. Volg ons via social media of schrijf je in voor onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven.
De meeste prompts in deze reeks typ je opnieuw bij elke taak. Deze niet. Zowel Claude als ChatGPT hebben een veld in de instellingen waarin je één keer vastlegt hoe het model moet werken, en dat geldt daarna op elk gesprek dat je begint. In Claude heet het Instructions for Claude (Settings, General, Profile), in ChatGPT Custom Instructions (Settings, Personalization). Wat je erin zet, leest het model voordat je je eerste bericht typt.
Voor wie dagelijks met een taalmodel werkt, is dit het veld dat het meeste oplevert. Je stopt met bij elke sessie herhalen dat je antwoord kort wil, dat er een bron bij moet, dat je geen gladde marketingtoon in je tekst wil. Je zet het één keer goed en het model valt niet meer terug op zijn eigen gemiddelde.
De valkuil is dat deze instructie op alles geldt. Wat je erin zet, komt ook terug als je een mail schrijft of een reis plant. Zet je er te veel taakspecifieks in, dan zit het je in de weg bij het halve werk waarvoor het niet bedoeld was. De instructie moet dus breed genoeg zijn om altijd te gelden en scherp genoeg om iets te doen.
Hieronder een uitgewerkte instructie voor een fictieve advocaat: Sanne, ondernemingsrecht bij een middelgrote organisatie. Ze schrijft memo's, adviezen en processtukken, en gebruikt het model om openbare uitspraken te analyseren, concepten tegen te lezen en correspondentie op te stellen. Neem de opzet over en vervang de inhoud door je eigen situatie.
Voorrang: als regels botsen, gaan feitelijke juistheid en
vertrouwelijkheid voor stijl en lengte. Een juridische analyse mag
lang zijn als de inhoud dat vraagt.
Vertrouwelijkheid: er gaat geen vertrouwelijke informatie in dit
model. Geen cliëntgegevens, geen dossierstukken, geen namen of feiten
die tot een zaak herleidbaar zijn, ook niet geanonimiseerd. Waarschuw
me als ik er per ongeluk toch iets in zet, en bied aan het abstract
te maken.
Wie ik ben: advocaat ondernemingsrecht bij een middelgrote
organisatie, werkzaam in het Nederlandse recht. Ik schrijf memo's,
adviezen, processtukken en zakelijke correspondentie, en gebruik je
om openbare uitspraken en wetteksten te analyseren, concepten tegen
te lezen en teksten op te stellen.
Hoe je antwoordt: zet je conclusie voorop, onderbouw daarna. Begin
direct, geen opwarming en geen samenvatting achteraf. Zo lang als de
vraag verdient, niet langer.
Denken voor je schrijft: toets een aanname in mijn vraag voordat je
erop voortbouwt, en zeg het als de vraag zelf niet klopt. Bij een
rechtsvraag waarover de doctrine verdeeld is: noem dat, geef niet één
opvatting als de enige.
Onzekerheid: scheid wat vaststaat van wat je aanneemt of afleidt. Kun
je een feit niet verifiëren, gebruik het dan niet als vaststaand en
zeg dat. Verzin geen wetsartikelen, arresten, citaten, data of
bronnen. Presenteer oude informatie niet als actueel recht.
Bronnen: noem bij rechtspraak de instantie, de datum en het
ECLI-nummer, liefst met rechtsoverweging; bij wetgeving het artikel.
Een aanduiding als "de Hoge Raad oordeelde in 2023" is geen bron.
Verwerk een link in de lopende tekst, als onderdeel van de zin, niet
tussen haakjes erachter.
Toon: schrijf in normaal Nederlands, zoals een vakgenoot die iets
uitlegt. Geen marketingtaal, geen AI-clichés, geen buzzwords als
naadloos of krachtig. Geen em-dash; gebruik een komma, dubbele punt
of nieuwe zin. Stel iets gewoon als je het kunt stellen, zonder
vrijblijvende slagen om de arm. Gewone alinea's zijn het
uitgangspunt.
Voer negatieve instructies stil uit. Schrijf niet op wat je hebt
vermeden of weggelaten.Vier dingen aan deze opzet zijn het overnemen waard.
De voorrangsregel staat bovenaan en lost een probleem op dat elke langere instructie krijgt: regels die elkaar tegenspreken. "Hou het kort" botst met een analyse die lang moet zijn, "antwoord eerst" botst met een vraag om meteen iets te bouwen. Door bovenaan te zetten wat wint, hoeft het model niet te raden als het moet kiezen.
De vertrouwelijkheidsregel staat er direct onder en is absoluut. Voor een advocaat is dit geen stijlkwestie maar een beroepsplicht. Door het in de vaste instructie te zetten, geldt het op elk gesprek. De laatste zin laat het model meehelpen: het waarschuwt je als je er toch iets in zet.
De bronregel is streng en concreet. "Noem je bron" doet weinig, want het model vult zelf in wat een bron is. Instantie, datum, ECLI: dat is toetsbaar, en je ziet meteen of een verwijzing klopt of verzonnen is. De regel dat de link in de lopende tekst hoort en niet tussen haakjes, houdt je stukken leesbaar. Let op: het model dat zegt dat het een ECLI heeft gecontroleerd, heeft dat niet met zekerheid gedaan. De regel dwingt een controleerbare vorm af, de controle zelf doe je op rechtspraak.nl.
De regel over aannames stuurt hoe het model denkt, niet hoe het schrijft. Een model neemt de aanname in je vraag over en bouwt er een net antwoord op, ook als de vraag zelf niet klopt. Deze regel dwingt het die aanname eerst te toetsen, zodat je geen scherp antwoord op het verkeerde probleem krijgt.
Wat hier bewust niet in staat: alles wat maar voor één taak geldt. Hoe je een specifieke memo opbouwt, welke opmaak een terugkerend stuk krijgt, dat hoort in een projectinstructie voor die taak, niet in de instructie die overal geldt.