Wat een systeemprompt is, en hoe je hem gebruikt om meer uit je AI te halen

Een taalmodel begint elk gesprek zonder je te kennen. Het weet niet wat je doet, hoe je wil dat het antwoordt, welke bronnen je eist. Je kunt dat bij elk bericht opnieuw vertellen, of je legt het één keer vast op een plek die het model altijd leest. Die plek is de systeemprompt.

Wat het is

Een systeemprompt is een vaste instructie die het model verwerkt voordat jouw bericht aan de beurt komt. Hij staat een niveau boven de losse vraag: waar een prompt geldt voor die ene taak, geldt de systeemprompt voor het hele gesprek, of voor al je gesprekken. Het model behandelt hem als kader waarbinnen het de rest afhandelt.

Je komt de term op twee plekken tegen. Bij de algemene taalmodellen (Claude, ChatGPT) is de systeemprompt het veld in je instellingen waarin je vastlegt wie je bent en hoe het model moet werken. Bij juridische AI-tools zit er ook een systeemprompt onder de motorkap, alleen heeft de bouwer die al ingevuld. Dat is precies wat zo'n tool tot een juridische tool maakt: onder de gewone chat ligt een instructie die het model vertelt dat het als juridisch assistent optreedt, welke bronnen het moet gebruiken, hoe het moet omgaan met onzekerheid. Soms kun je daar zelf iets aan toevoegen, soms staat hij vast. Weten dat hij er is, helpt je begrijpen waarom twee tools op hetzelfde model zo verschillend antwoorden: het verschil zit vaak niet in het model maar in de systeemprompt eromheen.

Waarom hij het meeste oplevert

Moderne modellen volgen een lange, expliciete instructie betrouwbaar. Dat verschuift waar de winst zit. De grootste sprong in kwaliteit komt niet meer van een slimme formulering in je vraag, maar van de vaste context die je het model meegeeft voordat het gesprek begint. Zet die goed, en elk gesprek start met je voorkeuren al geladen. Je stopt met bij elke sessie herhalen dat je antwoord kort wil, dat je bron genoemd moet worden, dat je geen gladde marketingtoon in je tekst wil.

Wat erin hoort

Een bruikbare systeemprompt dekt een paar vaste onderdelen.

Wie je bent. Je rol, je vakgebied, je niveau. Het model schrijft anders voor een gespecialiseerd jurist dan voor een leek, maar het weet niet wie je bent tenzij je het zegt. Eén of twee zinnen: wat je doet en waarvoor je het model gebruikt.

Hoe je antwoord wil. Lengte, opbouw, opmaak. Hier zit de meeste dagelijkse winst, want dit is wat je nu telkens herhaalt. Wil je de conclusie voorop, zeg dat. Wil je gewone alinea's in plaats van een woud aan bullets, zeg dat.

Hoe het met bronnen omgaat. Voor juristen het belangrijkste onderdeel. "Noem je bron" is te vaag, want het model vult zelf in wat een bron is. Een bruikbare regel maakt de vorm toetsbaar: bij rechtspraak de instantie, de datum en het ECLI-nummer. Dan zie je meteen of een verwijzing klopt of verzonnen is. Leg er ook de vorm bij vast: de bron in de lopende tekst, verwerkt in de zin, niet weggestopt tussen haakjes achteraan.

Hoe het met onzekerheid omgaat. Een taalmodel geeft een conclusie met dezelfde stelligheid of de grond nu hard is of dun. Vraag het om te scheiden wat vaststaat van wat het aanneemt, en om te zeggen wanneer het iets niet weet. Dat is het verschil tussen een tekst waarop je kunt bouwen en een die overtuigend klinkt en je op het verkeerde been zet.

Hoe het met aannames omgaat. De meeste bouwstenen sturen hoe het model schrijft, deze stuurt hoe het denkt voordat het schrijft. Een model neemt de aanname in je vraag over en bouwt er een net antwoord op, ook als de vraag zelf niet klopt. Een regel die het model dwingt die aanname eerst te toetsen en te zeggen wanneer de vraag rammelt, voorkomt een scherp antwoord op het verkeerde probleem.

De toon. Hier horen je stijlregels thuis: welke woorden je niet wil, welke wendingen je storen. Een verbod met een voorbeeld werkt beter dan een wens. "Vermijd buzzwords als naadloos en krachtig" stuurt meer dan "schrijf natuurlijk", omdat het model een vage instructie als natuurlijk invult met zijn eigen gemiddelde, en dat gemiddelde is juist de gladde toon die je kwijt wil.

Wat wint als regels botsen. Zodra je instructie langer wordt, gaan regels elkaar tegenspreken. "Hou het kort" botst met een analyse die nu eenmaal lang moet zijn. Eén regel bovenaan die zegt wat voorgaat, bijvoorbeeld dat juistheid boven beknoptheid gaat, geeft het model een uitweg als het moet kiezen. Zonder die regel raadt het.

Voor een advocaat komt er een onderdeel bij dat geen stijlkwestie is maar een beroepsplicht: vertrouwelijkheid. Leg vast dat er geen cliëntgegevens of dossierstukken in het model gaan, in geen enkele vorm. Door het hier te zetten geldt het op elk gesprek en hoef je er niet telkens aan te denken.

De grens: zet er alleen in wat op je hele werk geldt. Iets wat maar voor één taak telt, bijvoorbeeld hoe je een bepaald type memo opbouwt, hoort niet in het veld dat overal geldt, want dan komt het ook tevoorschijn als je een mail schrijft. Een vuistregel: corrigeer je het model twee keer op hetzelfde, dan hoort die correctie hier. Doe je iets maar één keer, laat het met rust.

In Claude

Claude heeft één veld voor de systeemprompt, Instructions for Claude genaamd, onder Settings, General, Profile. Wat je erin zet, leest Claude aan het begin van elk nieuw gesprek. Het is beschikbaar op elk abonnement, ook het gratis.

Het is bewust één open tekstveld zonder opgelegde structuur. Je schrijft je voorkeuren als één samenhangend geheel, in je eigen indeling. Rond dat veld heeft Claude nog drie lagen die meespelen. Projectinstructies gelden binnen één project: daar zet je het taakspecifieke dat in het brede veld in de weg zou zitten. Styles bepalen de vorm van een enkel gesprek, zodat je tijdelijk naar beknopt of formeel kunt schakelen zonder je vaste instructie aan te raken. En het geheugen vult zichzelf: Claude onthoudt gaandeweg dingen uit je gesprekken. Dat laatste is het verschil met je systeemprompt. Die schrijf je zelf en die blijft staan zoals je hem bedoelde, terwijl het geheugen ook eenmalige projecten vasthoudt waar je alweer van bent afgestapt. De stabiele regel zet je zelf in de instructie, wat vandaag speelt laat je aan het geheugen.

In ChatGPT

ChatGPT noemt het Custom Instructions, onder Settings, Personalization (op de mobiele app heet hetzelfde scherm Customize ChatGPT). Zet daar Enable customization aan, anders blijven de velden inactief.

Waar Claude één veld heeft, heeft ChatGPT er twee. Het eerste, "wat zou je willen dat ChatGPT over je weet", is voor blijvende context: wie je bent, wat je doet, voor wie. Het tweede, "hoe zou je willen dat ChatGPT reageert", is voor de vaste regels: toon, vorm, gedrag dat je altijd wil. De bouwstenen hierboven verdeel je dus over die twee velden: het "wie je bent"-deel in het eerste, de rest in het tweede.

Let op de ruimte. Elk veld houdt ongeveer 1.500 tekens vast op de gratis en Go-tier, meer op de betaalde abonnementen. Die limiet dwingt je tot de stabiele feiten en een paar harde regels in plaats van een essay. Loopt je tekst over, haal er dan tijdelijke projectnamen uit en verplaats taakspecifieke voorkeuren naar een Project of een custom GPT, zodat de vaste velden alleen houden wat maanden waar blijft.

De onderliggende gedachte is in beide tools dezelfde. Alleen de plek en de vorm verschillen: één veld bij Claude, twee bij ChatGPT, met een tekenlimiet.

Een uitgewerkt voorbeeld

Zo ziet een basisversie eruit, voor een fictieve advocaat. Sanne doet ondernemingsrecht bij een middelgrote organisatie, schrijft memo's, adviezen en processtukken, en gebruikt het model om openbare uitspraken te analyseren, concepten tegen te lezen en correspondentie op te stellen. Dit is de Claude-vorm, één veld. Voor ChatGPT knip je het eerste blok naar het bovenste veld en de rest naar het onderste.

Wie ik ben
Ik ben advocaat ondernemingsrecht bij een middelgrote organisatie.
Ik werk in het Nederlandse recht. Ik schrijf memo's, adviezen,
processtukken en zakelijke correspondentie. Ik gebruik je om
openbare uitspraken en wetteksten te analyseren, mijn concepten
tegen te lezen en teksten op te stellen.

Vertrouwelijkheid
Er gaat geen vertrouwelijke informatie in dit model. Geen
cliëntgegevens, geen dossierstukken, geen namen of feiten die tot
een zaak herleidbaar zijn, ook niet geanonimiseerd. Ik werk met
abstracte rechtsvragen, met openbaar materiaal en met teksten die ik
zelf al heb geschreven. Vraag me om een casus abstract te maken als
ik er per ongeluk toch een deel in zet.

Hoe je antwoordt
Zet je conclusie voorop, onderbouw daarna. Geen opwarming, geen
samenvatting achteraf. Zo lang als de vraag verdient, niet langer.

Bronnen
Noem bij rechtspraak de instantie, de datum en het ECLI-nummer,
liefst met rechtsoverweging. Bij wetgeving het artikel. Een
aanduiding als "de Hoge Raad oordeelde in 2023" is geen bron.
Verwerk een link in de lopende tekst, niet tussen haakjes erachter.
Verzin nooit een vindplaats. Kun je een bron niet noemen, zeg dan
dat de bewering van jou komt en niet uit een vindplaats.

Onzekerheid
Scheid wat vaststaat van wat je aanneemt of afleidt. Weet je iets
niet, zeg dat, in plaats van iets aannemelijks te schrijven. Bij
een rechtsvraag waarover de doctrine verdeeld is: noem dat, geef
niet één opvatting als de enige.

Toon
Schrijf in normaal Nederlands, zoals een vakgenoot die iets uitlegt.
Geen marketingtaal, geen AI-clichés, geen buzzwords als naadloos of
krachtig. Geen em-dash; gebruik een komma, dubbele punt of nieuwe
zin. Stel iets gewoon als je het kunt stellen, zonder vrijblijvende
slagen om de arm. Gewone alinea's zijn het uitgangspunt.

Voer negatieve instructies stil uit. Schrijf niet op wat je hebt
vermeden of weggelaten.

Neem deze opzet over en vervang de inhoud door je eigen situatie. Dit is een basisversie: je kunt hem verder uitbouwen met een voorrangsregel bovenaan, een blok over hoe het model met je aannames omgaat, en meer detail in het bronnen- en onzekerheidsdeel. Hoe voller je instructie, hoe belangrijker die ene regel bovenaan wordt die zegt wat wint als twee regels botsen.

Twee dingen nog. Houd het veld hanteerbaar. Alles wat erin staat wordt aan het begin van elk gesprek meegeladen en neemt ruimte in die anders naar je eigenlijke werk gaat. En kijk er af en toe naar. Je werk verandert, je voorkeuren schuiven. Zet er een datum onder van wanneer je hem voor het laatst hebt nagelopen, en pas hem aan zodra je merkt dat het model iets structureel verkeerd blijft doen.

Volgende
Volgende

AI versnelt de dreiging: zeven overheidsdiensten roepen bestuurders op tot actie