Zes prioritaire AI-toepassingen binnen de overheid

Op 18 december 2025 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de Tweede Kamer geïnformeerd over de verdere uitvoering van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Onderdeel van deze verzamelbrief is de expliciete keuze voor zes prioritaire AI-toepassingsgebieden binnen de overheid. Deze keuzes markeren geen eindpunt, maar vormen een duidelijke startpositie voor grootschalige inzet en opschaling van AI in het openbaar bestuur.

Voor juristen is deze brief relevant om meerdere redenen. Niet alleen omdat AI steeds nadrukkelijker wordt ingezet in juridische en bestuurlijke kernprocessen, maar ook omdat hiermee impliciet contouren zichtbaar worden van toekomstige normstelling, toezicht, verantwoordelijkheidsverdeling en rechtsbescherming.

Van experiment naar opschaling: een beleidsmatige kanteling

Tot nu toe werd AI binnen de overheid vooral verkend via pilots, proeftuinen en tijdelijke experimenten. De brief van december 2025 laat zien dat het kabinet een volgende fase ingaat: gerichte opschaling van bewezen AI-toepassingen, gefaciliteerd via een centrale AI-opschalingsfaciliteit die is belegd bij ICTU. Daarmee verschuift de aandacht van “of AI kan” naar “hoe AI verantwoord, schaalbaar en juridisch houdbaar wordt ingezet”.

Voor juristen betekent dit dat AI niet langer een randverschijnsel is, maar structureel onderdeel wordt van besluitvorming, dienstverlening en toezicht.

De zes prioritaire AI-toepassingsgebieden

De overheid heeft de volgende zes toepassingsgebieden als prioritair aangemerkt:

  1. AI voor bezwaar en beroep
    Gericht op een snellere en meer consistente afhandeling van juridische procedures. Denk aan ondersteuning bij dossiervorming, analyse van eerdere besluiten en het signaleren van inconsistenties. Dit raakt direct aan beginselen als zorgvuldigheid, motivering en rechtsgelijkheid.

  2. AI ter ondersteuning van ambtenaren
    AI-assistenten en AI-agents die repetitieve taken automatiseren en werkdruk verminderen. Juridisch relevant is hier de vraag waar de grens ligt tussen ondersteuning en feitelijke besluitvorming, en hoe menselijke verantwoordelijkheid geborgd blijft.

  3. AI voor Open Overheid
    Ingezet voor transparantie en publieke verantwoording, bijvoorbeeld bij het ontsluiten van grote hoeveelheden overheidsinformatie. Dit raakt aan de Woo, informatiehuishouding en controleerbaarheid van algoritmische processen.

  4. AI in de leefomgeving
    Toepassingen voor onder meer stedelijke planning en milieumonitoring, zoals de detectie van de Aziatische hoornaar. Hier spelen vragen rond datakwaliteit, proportionaliteit en de juridische status van AI-gegenereerde signalen.

  5. AI voor interactie met burgers en bedrijven
    Chat- en virtuele assistenten worden steeds vaker het eerste contactpunt met de overheid. Dit roept juridische vragen op over rechtszekerheid, informatieplicht en de betrouwbaarheid van automatisch gegenereerde antwoorden.

  6. AI voor digitale toegankelijkheid
    Bijvoorbeeld spraakherkenning, automatische ondertiteling en vertaling. Dit sluit aan bij bestaande wettelijke verplichtingen rond digitale toegankelijkheid, maar introduceert ook nieuwe afhankelijkheden van AI-systemen.

Juridische betekenis: waarom dit juristen direct raakt

Hoewel de brief beleidsmatig is ingestoken, heeft zij duidelijke juridische implicaties:

  • Besluitvorming en rechtsbescherming
    AI-ondersteuning in bezwaar- en beroepsprocedures vereist scherpe afbakening tussen geautomatiseerde ondersteuning en menselijke besluitvorming, mede in het licht van artikel 22 AVG en het bestuursrechtelijk motiveringsbeginsel.

  • Transparantie en uitlegbaarheid
    De inzet van AI voor Open Overheid en burgerinteractie veronderstelt dat systemen uitlegbaar, controleerbaar en toetsbaar zijn – niet alleen technisch, maar ook juridisch.

  • Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid
    Opschaling betekent dat fouten of bias in AI-systemen grotere impact kunnen hebben. Dat vraagt om duidelijke governance, vastgelegde verantwoordelijkheden en toetsingskaders.

  • Van soft law naar harde kaders
    Waar nu nog veel wordt gewerkt met handreikingen, pilots en beleidskaders, ligt het voor de hand dat succesvolle opschaling zal leiden tot verdergaande normering, zowel nationaal als Europees.

Geen uitputtende lijst, wel een duidelijke richting

De overheid benadrukt dat de zes toepassingsgebieden geen gesloten lijst vormen. Nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen of technologische doorbraken kunnen aanleiding zijn om andere domeinen toe te voegen. Tegelijkertijd maakt de brief duidelijk dat focus en prioritering noodzakelijk zijn om daadwerkelijk impact te realiseren binnen de NDS.

Conclusie: AI als structureel onderdeel van het juridisch domein

De verzamelbrief digitalisering december 2025 laat zien dat AI binnen de overheid definitief verschuift van experiment naar structurele inzet. Voor juristen – binnen en buiten de overheid – betekent dit dat kennis van AI-toepassingen, hun juridische randvoorwaarden en hun impact op rechtsstatelijke beginselen geen niche-expertise meer is, maar essentiële professionele bagage.

Wie zich bezighoudt met bestuursrecht, toezicht, privacy, compliance of publieke dienstverlening doet er goed aan deze ontwikkelingen nauwgezet te volgen. De keuzes die nu worden gemaakt, bepalen in hoge mate hoe het juridisch speelveld rondom AI zich de komende jaren zal ontwikkelen.

Volgende
Volgende

Legal Prompt(s) van de week: Hallucinaties beperken