AI-beroepschriften krijgen bij de bestuursrechter alleen gewicht voor zover je ze ter zitting kunt uitleggen

Bestuursrechters laten beroepsgronden die met generatieve AI zijn opgesteld onbesproken zodra die gronden onnavolgbaar zijn of steunen op bronnen die niet bestaan, en beoordelen dan alleen wat een partij ter zitting zelf kan toelichten. Twee recente omgevingsrechtelijke uitspraken laten zien hoe dat in de praktijk uitpakt. De aanpak sluit aan op eerdere rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. Voor wie beroepsmatig procedeert, komen daar de goede procesorde en het tuchtrecht bij.

Twee omgevingsrechtzaken met hetzelfde patroon

In een zaak over een uitwegvergunning in Medemblik verwees de eiseres naar artikel 2.12 van het Besluit omgevingsrecht. Dat artikel bestaat niet. De Rechtbank Noord-Holland liet de daarop gebaseerde grond in haar uitspraak van 8 oktober 2026 daarom onbesproken (ECLI:NL:RBNHO:2026:14245, gepubliceerd op 22 oktober). In een voetnoot stelt de rechtbank vast dat ter zitting ter sprake kwam dat een computerprogramma het beroepschrift had opgesteld, wat volgens de rechtbank de passages verklaart die niet ter zake deden of voor deze zaak onzinnig waren. De eiseres, een B.V. die werd vertegenwoordigd door haar indirect bestuurder, kreeg op de overige gronden wel een inhoudelijke beoordeling. Het beroep strandde op de inhoud: de verordening liet weigering alleen toe in het belang van de bruikbaarheid en het veilig gebruik van de weg, en het college had de verkeersveiligheid voldoende onderbouwd.

De Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde op 9 september 2026 (ECLI:NL:RBZWB:2026:8748, gepubliceerd op 13 oktober) over een bed and breakfast bij een paardenhouderij in Alphen-Chaam. De gemachtigde van de vergunninghoudster verklaarde ter zitting dat hij het beroepschrift met AI had opgesteld, inclusief de verwijzingen naar uitspraken van de Afdeling. Die ECLI-nummers leidden naar uitspraken over andere onderwerpen of bestonden helemaal niet, en het stuk bevatte daarnaast onnavolgbare gronden. De rechtbank beperkte de bespreking tot de gronden die ter zitting waren toegelicht. Op een van die gronden kreeg de vergunninghoudster gelijk: het college had wijzigingen in de vergunning alleen opgenomen in de beslissing op bezwaar aan de buren, wat onduidelijk maakte welke voorwaarden golden. Het beroep werd gegrond verklaard, met een proceskostenvergoeding die mede een punt voor het indienen van het beroepschrift omvatte.

De zitting werkt als filter voor AI-beroepsgronden

De overweging van de Bredase rechtbank volgt bijna woordelijk de formulering die de Afdeling bestuursrechtspraak op 15 juli 2026 gebruikte (ECLI:NL:RVS:2026:4143). Ook daar verwees een beroepschrift naar uitspraken die over iets anders gingen, in dat geval het vreemdelingenrecht, en ging de Afdeling voor de duiding van de grond uit van wat de appellant ter zitting verklaarde. Wij lezen daarin een werkwijze die zich in het bestuursrecht aan het vestigen is.

Een sanctie op het AI-gebruik zelf leggen de rechters in deze zaken niet op. De consequentie zit in de beoordeling: de rechter gaat niet zelf zoeken naar wat een onnavolgbaar stuk mogelijk bedoelt. Wat overblijft, is wat de partij of haar gemachtigde zelf kan dragen. De zaak uit Zeeland-West-Brabant laat zien dat een goede grond dat overleeft, mits iemand hem ter zitting helder kan verwoorden. Het omgekeerde risico is reëel. Een grond die hout snijdt maar in AI-tekst verstopt zit en ter zitting niet goed wordt uitgelegd, verdwijnt uit beeld.

Hoe streng de rechter daarbij is, hangt af van wie het stuk indient. Het bestuursrecht kent geen verplichte procesvertegenwoordiging, en tegenover een onderneming die zelf procedeert bleef de Rechtbank Noord-Holland mild. Tegenover een beroepsmatige gemachtigde is de toon anders. De Rechtbank Gelderland liet op 22 mei 2026 in een WOZ-zaak (ECLI:NL:RBGEL:2026:4122) stukken buiten beschouwing die volgens de gemachtigde door hem waren geschreven en door drie AI-tools waren gecontroleerd. Ze verwezen naar rechtsregels die niet uit de genoemde uitspraken volgden en bevatten zelfs adviezen over processtrategie die kennelijk voor de gemachtigde zelf bedoeld waren. De rechtbank oordeelde dat deze manier van procederen in strijd is met de goede procesorde en legde het risico van een gemiste grond uitdrukkelijk bij de belanghebbende.

Voor advocaten komt het tuchtrecht erbij

De Raad van Discipline 's-Hertogenbosch legde op 27 juli 2026 een berisping op (ECLI:NL:TADRSHE:2026:93) aan een advocaat die door een AI-tool gegenereerde rechtspraak ongecontroleerd had overgenomen in twee conclusies van antwoord in huurzaken. Van de acht aangehaalde uitspraken in een van die zaken bestond er één niet en hoorden de andere zeven bij heel andere zaken. De raad achtte de kernwaarden deskundigheid en integriteit en gedragsregel 8 geschonden, omdat iedereen in een procedure erop moet kunnen vertrouwen dat rechtspraak die een advocaat aanhaalt ook bestaat. Dat de advocaat de verwijzingen later per akte introk, nam het verwijt niet weg.

In het voordeel van de advocaat woog de raad mee dat AI-geletterdheid in juli 2025 nog geen gemeengoed was en dat de aanbevelingen van de Orde van later datum zijn. Die omstandigheid valt inmiddels weg. De NOvA-aanbevelingen over AI in de advocatuur van eind 2025 schrijven voor dat advocaten jurisprudentie, citaten en feiten altijd zelf controleren voordat ze die gebruiken. Wij verwachten daarom dat een tuchtrechter een verzonnen ECLI in een processtuk van na 2025 zwaarder zal aanrekenen. In onze blog over verzonnen bronnen in een rechtenscriptie wezen we al op het verschil met het onderwijs: waar een examencommissie fraude buiten redelijke twijfel moet aantonen, rekenen rechter en tuchtrechter de onzorgvuldigheid zelf aan.

Werkafspraken voor processtukken die met AI zijn voorbereid

De uitspraken geven een duidelijke volgorde voor wie AI gebruikt bij het voorbereiden van een bezwaar- of beroepschrift, een verweerschrift of een conclusie. Elke ECLI en elk wetsartikel opent een medewerker in de bron, op rechtspraak.nl of wetten.overheid.nl, en leest de passage waarop het stuk leunt voordat het de organisatie verlaat. Hoe je zulke fouten aan de voorkant grotendeels voorkomt, beschreven we in stap 2 van onze reeks Starten met AI: laat het model werken met de echte tekst van wet en rechtspraak.

Een tweede toets is de zitting zelf. Wat de behandelaar niet kan uitleggen, hoort niet in het stuk. Wie na indiening een fout ontdekt, herstelt die actief, onderbouwt het standpunt alsnog met juiste bronnen en verschijnt ter zitting om vragen van de rechter te beantwoorden; dat laatste woog de tuchtrechter uitdrukkelijk mee.

Processtukken bevatten dossierfeiten. Een algemeen taalmodel is geschikt voor een juridische onderzoeksvraag, het uitleggen van een leerstuk of een modelopbouw zonder cliëntgegevens. Feiten uit een dossier horen alleen in een omgeving die is afgeschermd met een verwerkersovereenkomst en waarin de aanbieder niet traint op de invoer.

Organisaties leggen in hun AI-beleid vast wie de broncontrole uitvoert en hoe die wordt vastgelegd. Dat geldt ook buiten de advocatuur: voor bedrijfsjuristen en gemachtigden die zelf procederen, en voor overheidsjuristen die verweerschriften opstellen. Wie aan de kant van het bestuursorgaan een bezwaarschrift vol AI-tekst ontvangt, kan de hoorzitting gebruiken om de bezwaarmaker de kern van zijn gronden zelf te laten verwoorden, zoals de rechters in deze zaken deden.

Volgende
Volgende

Na het PHP-lek is traag updaten moeilijker te verdedigen onder de AVG