Verzonnen bronnen door AI in een scriptie zijn een zaak voor de examinator, oordeelt de Raad van State

Fictieve bronnen die een AI-tool in een scriptie heeft gezet, leveren volgens de Raad van State geen fraude op wanneer de student aannemelijk maakt dat hij de juiste bronnen wel heeft gebruikt en dat de fout ontstond toen AI zijn eigen bronvermelding bewerkte. Het gaat dan om onzorgvuldigheid, en die weegt de examinator mee in het cijfer. Dat volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 14 oktober 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:6088) over een Leidse rechtenstudent. De Afdeling vernietigde de fraudemaatregel en bepaalde dat de scriptie alsnog moet worden beoordeeld. Daarmee zet zij de lijn voort die zij in augustus inzette en die wij eerder bespraken in onze blog over de grens tussen AI-fraude en slordigheid.

Zeven foutieve voetnoten op zesendertig

De student volgt de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Leiden. In het verwijzingsapparaat van zijn bachelorscriptie stonden bronnen die niet bestaan. De examencommissie zag daarin ongeoorloofd gebruik van generatieve AI, verklaarde de scriptie in januari 2026 ongeldig en sloot hem een jaar uit van het scriptietraject en van alle tentamens van de faculteit. Voor de zwaarte van die maatregel woog mee dat hij al twee keer eerder wegens fraude was aangesproken.

Het college van beroep voor de examens (CBE) vond die maatregel onevenredig. Het CBE achtte aannemelijk dat de student AI had gebruikt om zijn bronnenlijst op te maken en noemde dat een geoorloofde vorm van AI-gebruik. De niet-bestaande bronnen rekende het hem wel aan. De uitsluiting ging terug naar een half jaar.

De Afdeling ging verder. Het ging om zeven foutieve verwijzingen, één daarvan dubbel, op zesendertig voetnoten met bronverwijzingen. De student had AI ingezet voor een spellingcontrole en om zijn bronnenlijst te controleren en te ordenen. Direct nadat de examinator de fouten had gesignaleerd, gaf hij per bron aan wat AI had verdraaid, zoals een verkeerd jaartal of verkeerde voorletters van een auteur, of had verzonnen, en wat de juiste vermelding had moeten zijn. Die juiste bronnen stonden in verkorte vorm al in een eerdere versie van de scriptie, van vóór het AI-gebruik. In de hoofdtekst was geen fraude vastgesteld.

De maatstaf is dat fraude buiten redelijke twijfel moet vaststaan. Een onjuiste bronvermelding is daarvoor onvoldoende: omvang en ernst van de fouten tellen, en de vraag of de student een plausibele verklaring geeft. Fraude leidt tot een maatregel van de examencommissie, onzorgvuldigheid tot gevolgen voor het cijfer, waarover de examinator beslist. De Afdeling verwijst daarvoor naar haar uitspraak van 12 augustus 2026 over een Groningse masterstudent, waarin een vergelijkbaar verweer slaagde. Dat de student zijn voetnoten na de AI-bewerking niet opnieuw had nagelopen, rekent de Afdeling hem aan. Fraude maakt het dat nog niet.

Het CBE trok zijn eigen conclusie niet door

Bij TIL lezen we deze uitspraak vooral als correctie op de redenering van het CBE. Dat had het AI-gebruik geoorloofd genoemd en de verklaring van de student aannemelijk gevonden, en hield toch vast aan een fraudemaatregel waarvan alleen de duur omlaag ging. Die twee oordelen verdragen elkaar slecht. Wie de verklaring aannemelijk vindt, heeft de vraag of fraude buiten redelijke twijfel vaststaat in feite al beantwoord. Evenredigheid komt pas aan bod als de kwalificatie fraude overeind staat, en een lichtere maatregel herstelt een verkeerde kwalificatie niet.

Opvallend is ook wat in de overwegingen ontbreekt. De twee eerdere fraudes, die voor de examencommissie de zwaarte van de maatregel bepaalden, spelen in het oordeel van de Afdeling over de vraag of nu fraude vaststaat geen rol. Een verleden van fraude verlaagt de bewijslat dus niet.

Even veelzeggend is dat de student zelf erkende dat AI een deel van de bronnen had verzonnen. De Afdeling liet dat niet doorslaggevend zijn, omdat de juiste bronnen aantoonbaar al in de eerdere versie stonden. Het onderscheid zit in de herkomst van het werk. AI die bronnen bewerkt die de student zelf vond en gebruikte, is iets anders dan AI die de bronnen aanlevert. Dat laatste liep in augustus voor een Rotterdamse studente anders af: zij had de volledige bronnenlijst door AI laten genereren en de verplichte AI-verantwoording niet of onvolledig gegeven, en de fraudevaststelling bleef staan.

Een kanttekening hoort erbij. De uitspraak is gewezen door een enkelvoudige kamer en leunt sterk op de feiten. Zonder eerdere versie van de scriptie, of met een groter aandeel foutieve verwijzingen, had de verklaring minder gewicht gehad. De bewaarde versiegeschiedenis was hier het bewijsmiddel waarop de zaak draaide.

Bronvermelding na een AI-bewerking in de juridische praktijk

Buiten het onderwijs bestaat het vangnet van het cijfer niet. De rechtbank Amsterdam verhoogde in augustus de proceskosten voor een partij die een verzonnen citaat uit een arrest opvoerde, en vond de vraag of AI de oorzaak was niet beslissend. De tuchtrechter legde in juli een berisping op aan een advocaat die AI-verwijzingen niet had gecontroleerd. Voor een jurist die een stuk indient of een advies verstuurt, is de onzorgvuldigheid zelf het verwijt. Het onderscheid dat de Leidse student redde, biedt in de beroepspraktijk weinig bescherming.

Uit de Leidse zaak volgt wel een concrete werkwijze. De fout ontstond bij een stap die onschuldig lijkt: een bronnenlijst laten ordenen en opmaken. Een taalmodel dat een lijst herschrijft, kan daarbij jaartallen en initialen wijzigen en verwijzingen toevoegen die nergens bestaan. Controleer daarom na elke AI-bewerking van voetnoten of een bronnenlijst iedere verwijzing opnieuw tegen de bron, ook als je het model alleen om opmaak vroeg. De Begrippenscan uit onze Legal Prompt van de Week helpt om begrippen en verwijzingen zonder verifieerbare bron te markeren; het nalopen zelf blijft handwerk. Bewaar de versie van vóór de AI-stap, zodat je kunt laten zien wat je zelf had geschreven. Zo'n bewerking past bij teksten zonder cliëntgegevens, zoals een artikel, opleidingsmateriaal of een notitie over openbare rechtspraak. Voor stukken onder het beroepsgeheim kan het alleen in een afgeschermde omgeving met een verwerkersovereenkomst en zonder training op jouw invoer.

Organisaties die zelf over AI-gebruik oordelen, als werkgever, als opleider of in een interne kwaliteitstoets, kunnen het toetsingskader van de Afdeling overnemen. Leg in het AI-beleid vast welke AI-bewerkingen zijn toegestaan en dat de controle op bronnen bij de medewerker blijft. Maak daarbij onderscheid tussen het gevolg van een onzorgvuldigheid en dat van een integriteitsschending. Onderzoek bij een vermoeden de verklaring van de medewerker, met de eerdere versies erbij, voordat je een zwaarder etiket plakt. In Groningen bleef dat onderzoek achterwege. In Leiden werd de verklaring wel aanvaard, maar niet doorgetrokken naar de kwalificatie.

Volgende
Volgende

Moonlit Commentaries, gratis wetscommentaar dat een AI schrijft en een fiscalist controleert