AI-geletterdheid na de Omnibus: hoe weet je wanneer je voldoet

Sinds 2 februari 2025 moeten aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen maatregelen nemen rond de AI-geletterdheid van hun mensen. De AI Omnibus, op 27 juli 2026 in werking getreden, herschreef die verplichting. Artikel 4 vraagt nu om maatregelen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid ondersteunen bij personeel en bij anderen die namens de organisatie met AI-systemen omgaan. Het woord toereikend is geschrapt.

De Europese Commissie zegt in haar bijgewerkte Q&A dat AI-geletterdheid een verplichting blijft, terwijl er geen specifiek of toereikend niveau wordt voorgeschreven. Een organisatie voldoet dus aan artikel 4 wanneer zij maatregelen treft die passen bij haar situatie en kan laten zien dat zij die heeft getroffen. De meetlat is uit de wettekst verdwenen.

Wat de Omnibus met artikel 4 deed

De wijziging staat in Verordening (EU) 2026/1744, de Digital Omnibus on AI. Waar het oude artikel 4 vroeg naar beste vermogen te zorgen voor een toereikend niveau, vraagt het herschreven eerste lid om maatregelen die de ontwikkeling ervan ondersteunen, rekening houdend met kennis, ervaring en opleiding van de betrokkenen, met de gebruikscontext en met de personen op wie het systeem wordt toegepast. Een specifiek niveau bij een individuele persoon hoeft niet te worden gegarandeerd.

Twee leden zijn nieuw. Het tweede legt bij de Commissie en de lidstaten de taak organisaties te ondersteunen, in het bijzonder het mkb, en verplicht de Commissie praktijkvoorbeelden te publiceren op het centrale informatieplatform uit artikel 62 lid 3, onder b. Het derde draagt de AI Board op aanbevelingen met gemeenschappelijke doelstellingen vast te stellen, uitgaand van Europese competentiekaders.

Die praktijkvoorbeelden en aanbevelingen zijn er nog niet. Voor de inhoudelijke invulling wordt in de literatuur gewezen op niet-bindende kaders als AILit en DigComp 3.0, die de AI Board waarschijnlijk als vertrekpunt neemt. De twee handreikingen van de Autoriteit Persoonsgegevens, Aan de slag met AI-geletterdheid uit januari 2025 en Verder bouwen aan AI-geletterdheid uit oktober 2025, gaan nog uit van de oude formulering. Hun stappenplan blijft bruikbaar, en het niveaudenken erin zouden wij niet loslaten: de AP liet zich in haar position paper over de Omnibus kritisch uit over het afzwakken van artikel 4 en vindt organisaties verantwoordelijk voor voldoende AI-kennis. Wie zich straks bij de AP verantwoordt, treft die opvatting tegenover zich.

AI-geletterdheid geldt ook voor stagiairs en inhuur

De reikwijdte wordt vaak te smal gelezen. De verplichting ziet op het personeel en op anderen die namens de organisatie AI-systemen bedienen en gebruiken. Een stagiair met een AI-onderzoekstool, een gedetacheerde jurist en een externe supportmedewerker vallen daar allemaal onder. Bij veel inhuur is dat een grotere groep dan de personeelslijst suggereert.

De verordening koppelt de maatregelen aan kennisniveau, gebruikscontext en de personen jegens wie het systeem wordt ingezet. Eén algemene sessie voor iedereen dekt die factoren niet.

Bij hoogrisico-AI blijft de trainingsplicht staan

Werkt de organisatie met een hoogrisicosysteem, dan geldt daarnaast een eis die de Omnibus niet raakte. Artikel 26 lid 2 verplicht de gebruiksverantwoordelijke het menselijk toezicht toe te wijzen aan personen met de nodige deskundigheid, opleiding en bevoegdheid. Artikel 14 richt zich op de aanbieder, die het systeem zo moet aanleveren dat effectief toezicht mogelijk is, waaronder bewustzijn van automation bias. De opleidingsplicht van de gebruiksverantwoordelijke zelf zit dus in artikel 26. De Commissie bevestigt in de Q&A dat die plicht overeind blijft en dat verwijzen naar de gebruiksaanwijzing niet volstaat.

Voor de meeste juridische organisaties speelt dit bij werving en selectie. AI-systemen die sollicitaties filteren en kandidaten beoordelen, staan in bijlage III, punt 4, dat de Omnibus ongemoeid liet. Het aangepaste artikel 113 zet de datum voor bijlage III-systemen wel op 2 december 2027.

Vijf punten om je eigen maatregelen langs te leggen

De Commissie schrijft geen vorm voor: geen verplicht certificaat, geen verplichte governancestructuur. De Q&A noemt wel een intern register van trainingen en initiatieven, en dat register is in de praktijk je bewijs. Wij combineren het vierstappenplan van de AP met de elementen uit de Q&A tot vijf punten.

  1. Verantwoordelijkheid. Beleg de zorg voor AI-geletterdheid bij een aanwijsbare persoon met mandaat en budget. Dat is iemand op bestuurs- of directieniveau, geen losse actie van de IT-afdeling.

  2. Inventarisatie. Breng in kaart welke AI-systemen in gebruik zijn, welke rollen ermee werken en wat die mensen al weten. Neem daarbij ook de tools mee die medewerkers zelf hebben aangeschaft.

  3. Afstemming op rol en risico. Laat de maatregelen aansluiten op die inventarisatie. De secretaresse met een agenda-assistent, de advocaat die openbare bronnen doorzoekt en de privacy officer die de verwerkersovereenkomst beoordeelt hebben elk andere kennis nodig.

  4. Uitvoering. Voer de maatregelen daadwerkelijk uit en dek de technische, juridische en ethische kant. Leg deelname vast, want zonder registratie is er niets te laten zien.

  5. Borging. Evalueer en stuur bij. De AI-verordening is binnen twee jaar na inwerkingtreding al ingrijpend gewijzigd en modellen veranderen sneller dan dat.

Punt twee en vijf zijn waar organisaties in onze ervaring blijven steken. De inventarisatie omdat niemand weet welke tools er rondgaan, de borging omdat een training makkelijker eenmalig te organiseren is dan periodiek. Wie alleen punt vier invult, heeft trainingen gegeven en verder niets aantoonbaars.

Dat aantoonbare is de kern van de verschuiving. Onder het oude artikel 4 kon een organisatie nog redeneren dat een ervaren team het vereiste niveau vanzelf haalde. Nu er geen niveau meer in de wet staat, is de vraag welke maatregelen de organisatie heeft getroffen, en die vraag beantwoord je met documentatie.

Waar de handhaving vandaan komt

Nationale markttoezichthouders houden vanaf 2 augustus 2026 toezicht op artikel 4, niet het AI Office. Een eigen boetecategorie kent de verordening er niet voor, dus veel hangt af van nationaal recht. De Q&A voegt toe dat een sanctie proportioneel moet zijn en moet aansluiten bij aard, ernst en verwijtbaarheid, en dat zij waarschijnlijker wordt bij bewijs van een incident dat voortkwam uit gebrekkige training of begeleiding.

Nederland heeft het nationale sluitstuk nog niet rond. De consultatie van de Uitvoeringswet liep tot en met 1 juni 2026, waarna het voorstel na advies van de Raad van State naar de Tweede Kamer gaat. De AP houdt via haar Directie Coördinatie Algoritmes intussen al toezicht op algoritmes en AI met bestaande bevoegdheden, en is in het conceptvoorstel samen met de RDI aangewezen als coördinerend toezichthouder. Wij schreven eerder over wat Nederland in de Uitvoeringswet zelf regelt.

Voor advocaten komt de scherpste sanctie voorlopig van elders. De Raad van Discipline in 's-Hertogenbosch legde op 27 juli 2026 een berisping op in twee huurzaken. Het opvallendste verwijt betrof rechtspraakverwijzingen uit AI-tools die ongecontroleerd in de stukken belandden, met één ECLI die niet bestond en zeven die bij andere zaken hoorden. Daar kwam meer bij, van een onjuiste weergave van artikel 7:274 lid 1 onder c BW tot het ontbreken van verweer tegen de subsidiaire vordering. Geschonden waren de kernwaarden deskundigheid en integriteit plus gedragsregel 8. Het onderdeel over vertrouwelijkheid sneuvelde, omdat niet vaststond dat er cliëntgegevens in de tools waren ingevoerd. De kantonrechter zag in de onjuiste verwijzingen bovendien een schending van artikel 21 Rv.

Strafverminderend woog dat AI-geletterdheid ten tijde van het opstellen van de stukken, juli 2025, nog geen gemeengoed was en dat de NOvA-aanbevelingen van later datum zijn. Een vervaldatum noemt de raad niet. Onze lezing: met die aanbevelingen van december 2025 is dat beroep uitgewerkt, en artikel 4 gold in juli 2025 allang, sinds 2 februari van dat jaar.

Advies en opleiding rond AI-geletterdheid

Wij adviseren organisaties over de invulling van artikel 4, van de inventarisatie van de tools die echt in gebruik zijn tot de vraag welke functiegroep welke kennis nodig heeft. Het resultaat is een maatregelenpakket dat past bij jullie omvang en dossiers, plus de documentatie die een toezichthouder of deken opvraagt.

Daarnaast lanceren we dit najaar een e-learning over AI-geletterdheid, opgezet voor de juridische praktijk. Deze leergang behandelt hoe taalmodellen werken en waar ze fout gaan, wat de AI-verordening vraagt, hoe je AI inzet zonder het beroepsgeheim te raken, en hoe je output verifieert voordat die een dossier in gaat. Deelname wordt geregistreerd. De inhoud is ook op maat te maken, afgestemd op de tools en het beleid van jouw organisatie,.

Wil je weten waar jouw organisatie op de vijf punten staat, vraag dan een adviesgesprek aan via de dienstenpagina, of meld je aan voor de wachtlijst van de e-learning.

Vorige
Vorige

Legal Prompt van de Week: Analist, reviewer, beslisser

Volgende
Volgende

Ook een algoritme zonder invloed op de uitkomst hoort in de motivering van het besluit