AI in de juridische praktijk: 10 voorspellingen voor 2026

AI heeft bij veel juristen inmiddels een vaste plek gekregen in de dagelijkse praktijk. In alle rechtsgebieden – en bij alle typen juristen, van advocaten tot bedrijfsjuristen en overheidsjuristen – zien we toepassingen die het juridische werk zichtbaar veranderen. Van e-discovery en contractanalyse tot juridische zoekmachines en interne chatbots: 2026 wordt het jaar waarin AI definitief meedraait in het juridisch vakmanschap.

Wat daarbij opvalt, is dat de discussie verschuift. Het gaat niet langer om de vraag of AI gebruikt mag of kan worden, maar hoe het verantwoord, effectief en professioneel wordt ingezet. Begrijpen wat een AI-model wel en niet kan, wordt daarmee net zo vanzelfsprekend als het kunnen lezen en toepassen van wet- en regelgeving.

Hieronder volgen tien trends die samen laten zien waar de juridische praktijk in 2026 naartoe beweegt.

1. AI is geen hype, maar infrastructuur

De gedachte dat AI een zeepbel is die op barsten staat, mist nuance. Ja, investeringen en waarderingen zijn de afgelopen jaren explosief gestegen, maar anders dan bij een klassieke hype levert AI aantoonbaar waarde en omzet op. Dat wijst niet op instorting, maar op voortgaande schaalvergroting.

In 2026 zien we wel een kanteling: minder overspannen verwachtingen, meer consolidatie en realistischer waarderingen. Kleinere AI-startups verdwijnen of worden overgenomen; grote spelers blijven investeren. Voor juristen betekent dit dat AI niet langer kan worden gezien als tijdelijke trend. AI wordt infrastructuur. Wie het in 2026 nog als iets tijdelijks beschouwt, blijft achter.

2. AI moet zich terugverdienen

Het gebruik van AI verschuift in 2026 duidelijk van experimenteren naar aantoonbare opbrengst. Waar AI lange tijd werd gepresenteerd als innovatieproject of individuele productiviteitstool, wordt het steeds vaker ingezet als instrument voor efficiëntie, kostenbeheersing en schaalbaarheid.

Bij advocatenkantoren dwingt dit tot scherpere keuzes over welk werk door mensen wordt gedaan en welk werk technologisch wordt ondersteund. AI-toepassingen worden niet langer beoordeeld op technologische vernieuwing, maar op hun bijdrage aan het verdienmodel. Licenties, implementatie en training moeten zich terugverdienen.

Ook bij juridische afdelingen en overheidsorganisaties verschuift de focus. AI wordt ingezet om vaste processen consistenter en schaalbaarder te organiseren. De ruimte voor losse pilots en persoonlijke hulpmiddelen neemt af. AI is niet langer vrijblijvend: het moet werken.

3. Van losse tools naar samenhangende workflows

Tot voor kort werd AI vooral fragmentarisch ingezet: een researchtool hier, een drafting assistant daar. Nuttig, maar zelden bepalend voor het werkproces.

In 2026 verschuift dit naar workflow-denken. AI wordt geïntegreerd over de gehele levenscyclus van een dossier: van intake en routering tot analyse, review en kennisdeling. Niet de slimste prompt, maar het ontwerp van het proces bepaalt het effect. Organisaties die AI structureel in hun workflows inbedden, behalen zichtbaar betere resultaten dan partijen die blijven stapelen met losse tools.

4. Niet elke AI-tool overleeft

De explosie aan juridische AI-tools zet zich in 2026 niet voort. Het aanbod wordt kleiner, maar scherper. Organisaties stellen kritischere vragen: wat voegt deze tool daadwerkelijk toe aan mijn praktijk?

Veel oplossingen bleken dunne lagen rondom bestaande modellen, met beperkte juridische verrijking of procesintegratie. In 2026 is dat niet langer voldoende. Aanbieders verdwijnen, fuseren of worden overgenomen. Wat overblijft zijn tools die echt differentiëren: door workflow-integratie, hoogwaardige databronnen of diepgaande expertise per rechtsgebied. Toolselectie wordt een strategische beslissing.

5. Van tool naar output: nieuwe juridische aanbieders

De grens tussen software en dienstverlening vervaagt. Sommige legal-techaanbieders bewegen zich in 2026 nadrukkelijk richting het leveren van juridische output, met beperkte menselijke tussenkomst. Het gaat niet om klassieke advocatenkantoren, maar om technologiegedreven aanbieders die standaardprocessen automatiseren en juridisch voorbereidend werk leveren, zonder zelfstandig juridisch advies te geven.

Deze ontwikkeling hertekent de markt. Niet elk juridisch product wordt nog door een kantoor geleverd. Voor juristen betekent dit dat standaardiseerbaar werk verder verschuift, terwijl menselijk oordeel en verantwoordelijkheid juist centraler worden.

6. De strijd om juridische data

Juridische uitgeverijen beschikken over decennia aan zorgvuldig opgebouwde data. In een AI-gedreven markt is die data van strategische waarde.

In 2026 verschuift de kernvraag van “welke AI-tool bouwen we?” naar “welke rol spelen we in het ecosysteem?”. Voor sommige uitgevers ligt de grootste kans niet in het concurreren met technologiebedrijven, maar in het worden van juridisch dataplatform: gecontroleerde, betrouwbare toegang tot juridische kennis voor derden. Wie die positie weet te claimen, bepaalt mede hoe de markt zich ontwikkelt.

7. De eerste ‘jurist’ is vaak een bot

De voorkant van het juridische proces verandert. Cliënten melden zich steeds vaker met een door AI gegenereerde tekst of analyse, vaak gebaseerd op onjuiste aannames of te stellige conclusies.

Dit dwingt organisaties om de intake anders in te richten. AI-gestuurde voorselectie filtert, structureert en vraagt ontbrekende informatie uit voordat een jurist inhoudelijk aan de slag gaat. Het gaat niet om advies, maar om proceskwaliteit. De jurist start met een beter gedefinieerde vraag en kan expertise gerichter inzetten.

8. De jurist wordt beoordelaar, geen antwoordmachine

Na die intakeverschuiving verandert ook de rol van de jurist. De toegevoegde waarde ligt minder in het geven van een eerste antwoord en meer in het beoordelen van wat er al ligt.

De jurist fungeert als professioneel correctiemechanisme: uitleggen waar AI tekortschiet, welke aannames niet houdbaar zijn en welke belangenafwegingen ontbreken. Juist normatieve keuzes, context en verantwoordelijkheid voor de uitkomst worden het onderscheidend vermogen van de jurist.

9. AI-agents verschuiven van ondersteuning naar uitvoering

De echte structurele winst van AI zit niet in tekstgeneratie, maar in AI-agents: systemen die zelfstandig taken uitvoeren binnen een proces. Denk aan routering, classificatie, planning of verwerking van standaardhandelingen.

Deze agents leveren meetbare efficiëntiewinst op, maar vragen om andere vaardigheden dan traditioneel AI-gebruik. Minder prompting, meer procesanalyse, databeheer en integratie. Voor veel organisaties is dit vooral een organisatorische uitdaging. Om- en bijscholing wordt een randvoorwaarde voor succes.

10. AI versnelt het werk, maar verlegt de verantwoordelijkheid niet

AI versnelt het juridische werk, maar verlegt de verantwoordelijkheid niet. Fouten die ontstaan door AI-gebruik worden niet gezien als technische mankementen, maar als tekortkomingen in professioneel handelen.

Daarom verschuift AI-governance in 2026 van beleid op papier naar concrete inrichting: toezicht, logging, eigenaarschap en verantwoording. De vraag is niet langer of AI mag worden gebruikt, maar hoe aantoonbaar zorgvuldig dat gebruik is geweest. Technologie ondersteunt en versnelt – de norm blijft menselijk.

Afsluiting

In 2026 is AI geen experiment meer, maar een structureel onderdeel van juridisch werk. De grootste veranderingen zitten niet in de technologie zelf, maar in processen, rolverdeling en professionele verantwoordelijkheid. Juristen die AI integraal en bewust inzetten, winnen aan efficiëntie en kwaliteit. Wie blijft werken met losse tools of zonder duidelijke kaders, raakt achterop. AI verandert hoe juristen werken, niet wat van hen wordt verwacht.

Vorige
Vorige

Wanneer AI de wet niet volgt: doorhaling huwelijksakte wegens AI-speech bij huwelijk

Volgende
Volgende

Prompt van de Week: Gehakt maken van AI-output van cliënten