Wanneer AI de wet niet volgt: doorhaling huwelijksakte wegens AI-speech bij huwelijk

Op 5 januari 2026 deed de Rechtbank Overijssel een opmerkelijke uitspraak met grote praktische en juridische implicaties: een huwelijk dat in april 2025 in Zwolle werd voltrokken, is door de rechter ongeldig verklaard en de huwelijksakte doorgehaald, omdat tijdens de ceremonie de verplicht voorgeschreven wettelijke verklaringen ontbraken. De reden? De toespraak en geloften waren opgesteld met hulp van een AI-tool (ChatGPT) en voldeden niet aan de wettelijke vereisten voor een rechtsgeldige huwelijkssluiting.

Feiten: wat is er precies gebeurd?

Het echtpaar gaf op 19 april 2025 elkaar het jawoord in Zwolle. Daarbij was een zogenaamde eendags-buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand aanwezig. Deze functionaris gebruikte AI (ChatGPT) om een persoonlijke, “luchtige” huwelijksspeech en geloften op te stellen.

In de resulterende tekst stonden onder meer:

  • beloften om “samen te lachen, te groeien en lief te hebben wat het leven ook brengt”;

  • vragen of men elkaar “blijven steunen, blijven plagen en blijven vasthouden” zou.

Hoewel dit op het eerste gezicht fraai klinkt, ontbrak één cruciaal element: de wettelijk voorgeschreven verklaring waarin de aanstaande echtgenoten expliciet verklaren elkaar te accepteren als echtgenoot/echtgenote en alle wettelijke plichten van het huwelijk na te komen.

Onder artikel 1:67 lid 1 Burgerlijk Wetboek moet de verklaring van de echtgenoten immers minimaal bevatten dat zij:

“elkaar aannemen tot echtgenoten en getrouw alle plichten zullen vervullen die door de wet aan de huwelijkse staat worden verbonden.”

Deze verplichte formulering ontbrak volledig in de AI-tekst, en daarom oordeelde de rechtbank dat er juridisch geen huwelijk tot stand was gekomen.

Beoordeling

In haar oordeel benadrukte de rechtbank dat bij huwelijksvoltrekking niet creatief vertaald kan worden wat in de wet staat. Ook al was de wettelijke ambtenaar aanwezig en de akte aanvankelijk ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, toch moet bij de voltrekking ononderbroken voldaan worden aan de vereisten van het Burgerlijk Wetboek.

De rechtbank overwoog kort samengevat:

  • Intentie is niet genoeg: ook al wilden de echtgenoten trouwen en hadden zij de indruk dat hun huwelijk geldig was, de wet schrijft specifieke verklaringen voor die niet kunnen worden vervangen door informele of poëtische taal.

  • AI betaalt de tol van wettelijke dimensies: taalgegenereerd door AI kan menselijk klinken maar juridisch ontoereikend zijn als het niet de juiste formule bevat.

  • Geen uitzonderingsmaatregel: de rechtbank weigerde administratief toe te staan dat de datum van 19 april 2025 als juridische trouwdatum bleef gelden; de wet kent geen marge voor formele afwijkingen.

Reacties en nuance

Het betrokken echtpaar heeft later verklaard dat het niet klopt dat de speech volledig door ChatGPT geschreven was; de ambtenaar had AI enkel om advies gevraagd over de tekst. Dit nuanceert de rol van AI, maar verandert niets aan het juridische kernprobleem: de wettelijke verklaring ontbrak.

Wat betekent deze uitspraak voor juristen en praktijkjuristen?

  1. AI is geen vervanging voor wettelijke formuleringen.
    Juridisch relevante teksten, zeker die met formele rechtsgevolgen (zoals huwelijksvoltrekkingen, contracten, beëdigde verklaringen, statuten etc.), moeten voldoen aan verplichte wettelijke vereisten. AI-hulpmiddelen kunnen inspireren maar nemen geen verantwoordelijkheid voor juridische correctheid.

  2. Automatisering vraagt juridische toetsing.
    De uitspraak benadrukt de noodzaak van menselijke juridische toetsing vóór inschrijving in registers. Zelfs als de betrokken functionaris aanwezig was, kan het nalaten van correct ingrijpen leiden tot de vernietiging van een akte.

  3. AI en aansprakelijkheid.
    De zaak werpt vragen op over de rol en aansprakelijkheid van functionarissen die AI inzetten in formele procedures. Wie draagt de verantwoordelijkheid als AI-gegenereerde tekst juridisch niet voldoet: de ambtenaar, de gemeente, of de maker van de AI-prompt?

Afsluiting

Deze uitspraak van de Rechtbank Overijssel vormt een eerste concrete jurisprudentiële confrontatie tussen generatieve AI en het formele privaatrecht. Ze laat zien dat AI-gebruik in formele procedures geen vrijbrief is: de wet kent strikte vereisten en elke afwijking — zelfs literair mooi geschreven — kan de rechtsgeldigheid van een rechtshandeling vernietigen. Voor juristen is dit een belangrijke case study over de grenzen van automatisering in het recht.

Vorige
Vorige

Misbruik van procesrecht door het indienen van ondermaatse AI-gegenereerde processtukken

Volgende
Volgende

AI in de juridische praktijk: 10 voorspellingen voor 2026