AI-vindbaarheid bepaalt of ChatGPT jouw kantoor aanraadt aan een cliënt
Steeds meer mensen die een advocaat zoeken, leggen hun vraag tegenwoordig voor aan een AI-assistent in plaats van aan Google. Uit onderzoek van marketingbureau Eight Oh Two onder 500 gebruikers begint 37 procent van de consumenten een zoektocht inmiddels liever bij een AI-tool dan bij een zoekmachine. Bij zakelijke inkopers gaat het harder: G2 meet in zijn onderzoek van april 2026 dat 51 procent van de B2B-softwarekopers zijn onderzoek vaker bij een AI-chatbot start dan bij Google, en dat een derde daarvan koos voor een aanbieder die het daarvoor niet kende.
Of een AI-assistent jouw kantoor noemt als iemand vraagt om een advocaat, hangt af van hoe consistent externe bronnen jouw naam aan een rechtsgebied koppelen. Je stuurt dat indirect via je eigen content en vermeldingen op andere sites, maar het antwoord zelf ligt niet vast en kun je niet afdwingen. Dat maakt AI-vindbaarheid een marketingvraag met een juridisch randje, en precies daar zit voor kantoren een blinde vlek.
AI-zoekmachines veranderen hoe een cliënt een kantoor kiest
De cijfers hierboven komen grotendeels uit de Verenigde Staten en gaan over consumenten en softwarekopers, niet over rechtzoekenden in Nederland. Harde Nederlandse getallen over juridische dienstverlening zijn er nog nauwelijks. De richting is voor de juridische markt wel relevant, want een deel van de mensen die vroeger "advocaat arbeidsrecht Amsterdam" googelden, vraagt nu aan ChatGPT of Gemini welk kantoor daar goed in is. Wie in dat antwoord voorkomt, komt op de shortlist. Wie ontbreekt, doet niet mee in dat gesprek.
Bij een gewone zoekmachine kun je nog controleren waar je staat. Je zoekt jezelf op en ziet je positie. Een AI-antwoord valt niet op die manier te controleren: het verschilt per gebruiker, per formulering en per dag, en je merkt nooit hoe vaak je gemist wordt. Dat gebrek aan zicht is het echte verschil met de wereld van Google.
Hoe een AI beslist welk kantoor het noemt
AI-assistenten halen hun antwoorden uit het bredere web en uit de bronnen die ze het meest vertrouwen. Uit een analyse van legal-techaanbieder Clio komen daarbij drie factoren naar voren. Een model kiest eerder een kantoor dat een rechtsgebied inhoudelijk en herkenbaar afdekt met eigen content. Het leunt op teksten die duidelijk gestructureerd zijn, met heldere koppen en directe antwoorden op concrete vragen, omdat het die makkelijker kan verwerken. En het weegt of jouw kantoor consistent aan een specialisme wordt gekoppeld: dezelfde naamsvermelding, verwijzingen in vakmedia, vermeldingen in gidsen en registers.
Voor de juridische praktijk betekent dit dat een AI zich baseert op wat anderen over je vastleggen en op wat je zelf publiceert over je vakgebied, niet op je reputatie in de wandelgangen. Een kantoor dat sterk is in een niche maar daar weinig openbaar over schrijft, is voor een taalmodel vrijwel onzichtbaar.
De blinde vlek: je stuurt het antwoord niet zelf
Hier ligt het punt dat verder gaat dan een marketingtip. Je hebt geen knop waarmee je bepaalt wat een AI over je zegt. Een model kan jouw kantoor overslaan terwijl je de expertise wél in huis hebt, en het kan je net zo goed een specialisme toedichten dat je niet voert, of verouderde informatie geven over je mensen en je zaken.
Dat raakt een regel die kantoren voor hun eigen uitingen goed kennen. De Verordening op de advocatuur verbiedt misleidende informatie over de eigen praktijk. Die norm geldt voor wat jij naar buiten brengt, niet voor wat een AI over je verzint. Als een assistent onjuist beweert dat jouw kantoor gespecialiseerd is in een rechtsgebied, of een oude uitspraak aan je toeschrijft, valt dat buiten je eigen reclameregels en toch binnen het beeld dat een cliënt van je krijgt. Wij verwachten dat dit gat de komende jaren scherper wordt: toezicht en tuchtrecht zijn ingericht op wat een kantoor zelf zegt, terwijl een groeiend deel van de eerste indruk bij een derde partij ontstaat die niemand aanstuurt. Een kantoor doet er daarom goed aan om periodiek te controleren wat de bekende assistenten over de eigen naam zeggen, al is het maar om onjuistheden vroeg te signaleren.
Wat een kantoor aan zijn AI-vindbaarheid kan doen
Werken aan AI-vindbaarheid gaat over je publieke profiel. Je optimaliseert wat je openbaar over je vakgebied publiceert en hoe je in externe bronnen staat. Clientgegevens of zaakinhoud komen er niet aan te pas, dus deze inspanning botst niet met het beroepsgeheim. Voor tools die wél clientmateriaal raken gelden andere afwegingen; daarover schreven we eerder in Je eigen AI op je werk botst met het beroepsgeheim.
Een concreet startpunt is nagaan of je de crawlers van AI-bedrijven wel toegang geeft tot je site. Veel sites blokkeren die bots zonder dat de eigenaar het doorheeft, en dan helpt geen enkele verdere inspanning. Daarna telt inhoud die aansluit op de vragen die cliënten echt stellen, geschreven in gewone taal met duidelijke koppen, zodat een model er directe antwoorden uit kan halen. En het loont om te zorgen dat je naam overal op dezelfde manier aan je rechtsgebieden wordt gekoppeld, in vakmedia en in registers.
Eén veelgehoord advies verdient een kanttekening. Sommige aanbieders raden aan een llms.txt-bestand op je site te zetten om AI-modellen de weg te wijzen. Google liet dit voorjaar bij monde van John Mueller weten dat het geen enkel AI-systeem kent dat dat bestand gebruikt, en noemde het voorlopig speculatief. De markt rond AI-vindbaarheid zit vol stellige beloftes die nog niet hard bewezen zijn. Behandel cijfers over gegarandeerde stijgingen met gezond wantrouwen, zeker als ze van de verkopende partij komen.
Wil je in kaart brengen wat AI vandaag over jouw kantoor zegt en wat dat betekent voor de manier waarop cliënten je vinden, dan is onze AI-inspiratiesessie de plek waar we dat samen verkennen.