Algoritmekader en Algoritmeregister laten een overheid zien die haar algoritmes beperkt kan verantwoorden
De Auditdienst Rijk (ADR) rondde in augustus 2026 twee onderzoeken af naar de instrumenten waarmee de Rijksoverheid verantwoording aflegt over haar algoritmes: het onderzoek naar het Algoritmekader en het onderzoek naar het Algoritmeregister. De uitkomst laat zich in één zin samenvatten: rijksorganisaties kunnen hun algoritmebeheer maar beperkt aantonen, en registraties in het Algoritmeregister noemen meestal de voordelen van een algoritme zonder de nadelen en de impact op burgers. De staatssecretaris van BZK had beide onderzoeken aangekondigd in de Kamerbrief over de doorontwikkeling van het Algoritmekader en -register van 9 september 2025, waarin hij een wettelijke registratieplicht ook (nog) niet opportuun noemde. Bij TIL lezen we de rapporten als een les die verder reikt dan de overheid. Een kader dat niet per algoritme wordt toegepast, levert geen bewijs op zodra een toezichthouder, rechter of burger ernaar vraagt.
Wat de ADR onderzocht
Het Algoritmekader is de verzameling vereisten en maatregelen die BZK heeft gebundeld voor de verantwoorde inzet van algoritmes, inclusief de verplichtingen uit de AI-verordening. Het Algoritmeregister is de openbare website waarop overheden beschrijven welke algoritmes zij gebruiken. Volgens de Kamerbrief stonden er in september 2025 zo'n 1.000 algoritmes in, tegen 675 aan het begin van dat jaar.
Voor het kaderonderzoek vulden acht rijksorganisaties, waaronder de Belastingdienst, het UWV en de Raad voor de Kinderbescherming, een zelfevaluatie in op dertig vereisten en maatregelen, aangevuld met documentanalyse en interviews. Voor het registeronderzoek beoordeelde de ADR 37 registraties van tien organisaties aan de hand van de Publicatiestandaard van BZK. Twee kanttekeningen horen erbij. Het gaat om onderzoeksopdrachten, zodat de ADR geen oordeel met zekerheid geeft. En de organisaties kozen zelf welk algoritme zij voorlegden: geen van hen droeg een hoog-risico-AI-systeem aan. De systemen met de zwaarste verplichtingen vallen dus buiten het beeld.
Het Algoritmekader bestaat vooral op papier
Zes van de acht organisaties kenden het Algoritmekader voor het onderzoek nauwelijks. Waar het wel bekend was, gebruikten de beleidsafdelingen het, terwijl ontwikkelaars en datascientists er in hun dagelijkse werk vrijwel niets mee deden. Zij vinden het kader te omvangrijk en missen per rol een antwoord op de vraag welke onderdelen voor hen gelden en hoeveel documentatie genoeg is.
De bevindingen over aantoonbaarheid wegen zwaarder. De helft van de organisaties had een risicomanagementproces voor de beveiliging van persoonsgegevens ingericht, maar kon niet laten zien dat het op het onderzochte algoritme was toegepast. Drie van de acht konden met documentatie grotendeels aantonen dat het algoritme aan de AVG en de verantwoordingsplicht voldeed. Eén organisatie had de verantwoordelijkheden per algoritme vastgelegd, de rest bleef op organisatieniveau. En slechts twee organisaties hadden meetbare indicatoren die aantoonbaar samenhingen met het doel van het algoritme. Bij de overige was niet objectief vast te stellen of het algoritme het probleem oplost waarvoor het is ingezet.
Het Algoritmeregister noemt voordelen en laat de afweging weg
De administratieve velden van het register zijn bijna altijd goed ingevuld. Bij de inhoudelijke velden wijkt de invulling meestal af van de Publicatiestandaard. Het veld Afwegingen bevat in bijna alle gevallen alleen voordelen, zonder nadelen en zonder uitleg waarom de inzet gerechtvaardigd is. Het veld Doel en impact beschrijft meestal alleen het doel. De velden over impacttoetsen zijn in twee derde van de registraties leeg. Bijna 90 procent van de namen zegt een buitenstaander niets over wat het algoritme doet, en een derde van de registraties is volgens de ADR niet navolgbaar.
Twee bevindingen springen er voor juristen uit. Twee algoritmes met de kenmerken van een impactvol algoritme stonden geregistreerd als overig algoritme, omdat de organisatie meende dat menselijke tussenkomst de impact wegnam. Volgens de Publicatiestandaard is menselijke tussenkomst geen criterium: een algoritme is impactvol als het directe rechtsgevolgen heeft of beïnvloedt hoe de overheid iemand identificeert. Daarnaast vulden sommige organisaties velden bewust summier in, uit vrees dat te veel openheid de toezichtstrategie ondermijnt en het systeem manipuleerbaar maakt. De ADR vraagt BZK om richtlijnen voor dat dilemma.
Aantoonbaarheid is de juridische kern
Wij lezen beide rapporten als hetzelfde verhaal vanuit twee kanten. Het kader beschrijft wat een organisatie moet doen, het register laat zien wat zij naar buiten brengt, en op beide plekken ontbreekt hetzelfde: de vastlegging per algoritme van de afweging die is gemaakt. Een registratie die alleen voordelen noemt, is geen afweging. Zo'n registratie vervangt de motivering van een besluit niet, maar wie in bezwaar of beroep wil weten of een organisatie de nadelen heeft gewogen, vindt in het register nu meestal geen spoor daarvan.
Het misverstand over menselijke tussenkomst verdient aandacht buiten de overheid. Het idee dat een medewerker die de uitkomst bekijkt de impact neutraliseert, keert terug in elke discussie over geautomatiseerde besluitvorming. Wie een selectie-algoritme laat bepalen welke dossiers een medewerker te zien krijgt, heeft de impact al gerealiseerd voordat de mens eraan te pas komt.
Over het ondermijningsdilemma is het laatste woord niet gezegd. Transparantie en effectief toezicht kunnen botsen, en de Publicatiestandaard geeft daar nog geen uitsluitsel over. Onze aanbeveling is om in een registratie expliciet te vermelden dat informatie is weggelaten en op welke grond, zodat een lezer weet dat het beeld onvolledig is.
BZK reageert in beide rapporten positief. Het ministerie werkt het Algoritmekader om tot een auditeerbaar kader met vereisten per type algoritme en per rol, wil het een formele status geven en kondigt een herijking aan van de definitie van een impactvol algoritme. Het technisch beheer van het register gaat over van ICTU naar Logius. Die herijking is het volgen waard, omdat zij bepaalt welke algoritmes straks in het register moeten.
Aandachtspunten voor juristen bij en tegenover de overheid
Voor juristen en privacyfunctionarissen binnen overheidsorganisaties zijn de rapporten een bruikbare checklist. Toets of de publicatiecategorie klopt en laat menselijke tussenkomst daarbij buiten beschouwing. Vul het veld Afwegingen met de nadelen en de rechtvaardiging. Licht toe waarom een impacttoets wel of niet is gedaan. Leg rollen en verantwoordelijkheden per algoritme vast, koppel het register aan een interne administratie en neem ingekochte algoritmes mee, die bij twee onderzochte organisaties een blinde vlek waren. Geen enkele organisatie had maatregelen om tijdige registratie te borgen.
Voor advocaten en juristen die burgers of bedrijven bijstaan, is het register een startpunt met beperkte waarde als bewijs. Een registratie zegt zelden iets concreets over invoer, uitvoer of zelflerend vermogen. Wie wil weten hoe een algoritme een besluit heeft beïnvloed, vraagt in de procedure of via de Woo om de onderliggende stukken, zoals een DPIA of een mensenrechtentoets, en controleert of het algoritme in de juiste categorie staat.
Organisaties buiten de overheid kunnen er ook lering uit trekken. De AI-verordening vraagt van gebruiksverantwoordelijken documentatie die per systeem aantoonbaar is, en de Autoriteit Persoonsgegevens bereidt haar toezicht daarop voor, zoals we eerder beschreven. Een AI-beleid op organisatieniveau dat niemand op de afzonderlijke toepassing betrekt, loopt tegen hetzelfde aan als de rijksorganisaties in dit onderzoek. De ene organisatie die verantwoordelijkheden per algoritme vastlegde, noemt de ADR terecht een mogelijke best practice.