Legal Prompt van de Week: De minderheidspleiter en de bronnentoetser

Elke week delen we op onze website de Legal Prompt van de Week om juristen te inspireren bij het gebruik van taalmodellen in hun dagelijkse werk. Of je nu op zoek bent naar een nieuwe invalshoek, een efficiëntere manier om informatie te analyseren of een innovatieve aanpak voor juridische vraagstukken, onze prompts helpen je slimmer gebruik te maken van taalmodellen en AI. Deze week laten we zien waarom een model dat je vraagt naar de heersende leer juist het standpunt afvlakt waar de wederpartij mee komt, en hoe je dat oplost door dat standpunt zo sterk mogelijk te laten bouwen en het daarna te toetsen. We introduceren de Minderheidspleiter en de Bronnentoetser. Volg ons via social media of schrijf je in voor onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven.

Vraag een taalmodel naar "de stand van het recht" op een punt, en het geeft je het zwaartepunt van waarop het is getraind. Dat zwaartepunt is de meerderheidsopvatting. Het model rekent de meest voorkomende lezing tot vaste lijn en zet de afwijkende opvatting weg in een bijzin: sommigen menen dat het anders ligt.

Precies daar zit het probleem. Het minderheidsstandpunt is vaak het standpunt waarmee de wederpartij je verrast. Het is ook het standpunt waarop een rechtbank afwijkt van een lijn die iedereen voor gevestigd hield. Wie alleen de meerderheidsopvatting hoort, bereidt zich voor op de zaak zoals die op papier zou moeten lopen, niet op de zaak zoals de tegenpartij hem gaat voeren.

Je kunt het model dus beter vragen naar het best verdedigbare standpunt dat op dit moment verliest. Dan haal je het uit de comfortabele consensus en dwing je het om een positie op te bouwen in plaats van er een samen te vatten.

Daar zit meteen het gevaar. Een model dat je vraagt om een minderheidsstandpunt te bouwen, levert een overtuigend klinkend betoog, ook als dat standpunt niet bestaat. Het vult de dragende bronnen aan met vindplaatsen die plausibel ogen en verzonnen zijn. Een sterk geformuleerde positie zonder toetsbare grond is gevaarlijker dan geen positie, omdat hij vertrouwen wekt dat hij niet verdient.

Daarom splitsen we het in twee prompts. De eerste bouwt, de tweede toetst. Je gebruikt ze op abstracte rechtsvragen en op openbaar materiaal: gepubliceerde rechtspraak, wettekst, kamerstukken, doctrine. Zaakstukken horen hier niet thuis, in geen enkele vorm.

Prompt 1: de Minderheidspleiter

Ik geef je een rechtsvraag en de opvatting die op dit punt als heersende leer geldt. Jouw taak is niet die opvatting samen te vatten, maar het sterkst verdedigbare standpunt te bouwen dat daar tegenin gaat en op dit moment de minderheid is.

Werk als volgt:

  1. Formuleer het minderheidsstandpunt in één toetsbare stelling.

  2. Bouw het betoog daarvoor op in de sterkste vorm die je kunt maken, met de beste beschikbare gezagsbronnen.

  3. Koppel elke dragende stap aan een concrete vindplaats: bij rechtspraak de instantie, de exacte datum en het ECLI-nummer, liefst met rechtsoverweging; bij wetgeving het artikel; bij literatuur auteur, titel en vindplaats.

  4. Markeer apart elke stap waarvoor je geen verifieerbare bron kunt noemen. Vul die niet aan met een aanname en presenteer die niet als vaststaand.

Rechtsvraag: [vul in]
Heersende leer op dit punt: [vul in]

De uitkomst lees je met de vierde stap voorop. Alles wat het model onder "geen verifieerbare bron" heeft gezet, is het deel dat het zelf heeft ingevuld. Dat kan een terecht argument zijn dat nog niemand op papier heeft gezet, maar je weet nu dat het jouw eigen redenering is en niet gezag waar je op kunt leunen.

Prompt 2: de Bronnentoetser

Hieronder staat een uitgewerkt minderheidsstandpunt met de bronnen waarop het steunt. Toets het, zonder het te verdedigen.

Doe per bron het volgende:

  1. Noem de bron zoals hij in het betoog wordt aangehaald.

  2. Geef aan of je hem kunt verifiëren en of de vindplaats klopt.

  3. Zeg wat de bron werkelijk inhoudt, en of dat de stap draagt waarvoor hij wordt ingezet. Een uitspraak die over iets anders gaat, telt niet.

  4. Streep elke bron door die je niet kunt verifiëren of die niet zegt wat het betoog beweert.

Sluit af met een eerlijk oordeel: waar staat dit standpunt na de toets zwakker dan het in de opbouw leek, en welk deel houdt stand.

Standpunt en bronnen: [plak de uitkomst van prompt 1]

De tweede prompt haalt het betoog uit elkaar dat de eerste zo overtuigend maakte. Wat na die toets overeind blijft, met vindplaatsen die kloppen, is het minderheidsstandpunt waar je iets aan hebt. De rest was retoriek.

De verificatie doe je uiteindelijk zelf. Een taalmodel dat zegt dat het een ECLI heeft gecontroleerd, heeft dat niet met zekerheid gedaan. Zie de tweede prompt als een zeef die het meeste verzonnen materiaal eruit haalt, waarna jij de bronnen die overblijven naleest op rechtspraak.nl. Een aanduiding als "de Hoge Raad oordeelde in 2023" is geen bron. Instantie, datum en ECLI wel.

Vorige
Vorige

AI versnelt de dreiging: zeven overheidsdiensten roepen bestuurders op tot actie

Volgende
Volgende

OpenAI mengt zich met Astra for Law in juridisch onderzoek