OpenAI mengt zich met Astra for Law in juridisch onderzoek

OpenAI kondigde op 17 september Astra for Law aan: een juridische configuratie rond GPT-6 Astra, met een Amerikaanse juridische zoekindex, instellingen en instructies voor juridische analyse en schrijfwerk. Het aanbod is voorlopig beschikbaar voor geselecteerde advocatenkantoren via OpenAI's Trusted Access-programma in ChatGPT en Codex, en richt zich met zijn bronnen op de Amerikaanse markt. Toegang via de API, onder de modelnaam gpt-6-astra-law, is aangekondigd en volgt binnenkort. OpenAI noemt Harvey en Legora als API-klanten die de configuratie straks in hun eigen producten zullen kunnen verwerken, en juist die platformen zijn ook bij Nederlandse organisaties in gebruik. Bouwt een van beide het model straks in, dan kunnen de antwoorden die jij op je scherm ziet mede uit het model van OpenAI komen, terwijl jouw contract bij Harvey of Legora ligt. Daarom loont het te weten welk model er onder jouw tool zit.

Een Amerikaanse zoekindex als fundament onder Astra for Law

Het hart van Astra for Law is een juridische zoekindex die Amerikaanse jurisprudentie, wetgeving, regelgeving, procesregels en bestuursrechtelijke beslissingen doorzoekt. Volgens OpenAI omvat de index ruim 230 miljoen URL's en komen er dagelijks bronnen bij. Door een samenwerking met Free Law Project, de non-profit achter CourtListener, komt een collectie in de index die volgens die organisatie meer dan 99,9 procent van de gepubliceerde Amerikaanse precedentvormende rechtspraak dekt. OpenAI positioneert de index nadrukkelijk als aanvulling op gelicentieerde content van aanbieders als Thomson Reuters.

Daarbovenop zitten instructies voor juridische analyse en schrijfwerk. Die moeten het model helpen onderzoek toe te passen op de feiten van een zaak, het bindende oordeel van een rechter te onderscheiden van overige overwegingen, en zwakke plekken in een redenering te signaleren. De lancering omvat verder 26 door partners gebouwde plug-ins die ChatGPT koppelen aan tools die organisaties al gebruiken, zoals Relativity, Clio, iManage, Intapp, DeepJudge en Thomson Reuters HighQ, plus negen community-plug-ins van juristen en legal engineers met samen 47 aanpasbare vaardigheden. Amerikaanse kantoren bouwden met OpenAI al eigen toepassingen op deze basis: Sullivan & Cromwell een analysetool voor overeenkomsten rond de eigen onderhandelingsplaybooks, Ropes & Gray een due-diligencesysteem voor datarooms, en Cooley een tool voor beursgangvoorbereiding.

Wat de 54 procent wel en niet zegt

OpenAI testte de volledige configuratie zelf op 200 Amerikaanse juridische onderzoeksvragen uit de besloten validatieset van de Legal Research Bench van Vals AI. Bij de hoogste redeneerinstelling doorstond 54,0 procent van de antwoorden de algemene juistheidstoets van die evaluatie, tegenover 38,7 procent voor GPT-6 Astra met alleen internetzoeken. Op jurisprudentievragen vond het systeem 24 procent meer relevante referentiezaken, en uit de juiste uitspraken haalde het tot 54 procent meer relevante passages op.

Die cijfers verdienen een dubbele lezing. De gespecialiseerde zoeklaag levert een forse verbetering op ten opzichte van zoeken op het open web, en dat bevestigt dat de kwaliteit van juridische AI vooral in de bronontsluiting zit. Tegelijk gaat het om een door OpenAI zelf gerapporteerde uitkomst op een besloten vragenset in een specifiek Amerikaanse onderzoekscontext, zonder openbare vragen of foutenanalyse. De score betekent dus niet dat 46 procent van alle juridische antwoorden fout is, en evenmin dat de overige 54 procent ongecontroleerd bruikbaar is. OpenAI schrijft in zijn eigen productuitleg dat je antwoorden en aangehaalde bronnen moet nakijken voordat je erop vertrouwt.

Voor de Nederlandse praktijk is dat nakijken geen vrijblijvend advies. De Raad van Discipline 's-Hertogenbosch legde op 27 juli 2026 een berisping op aan een advocaat die door AI gegenereerde verwijzingen zonder controle in processtukken had opgenomen: één ECLI-nummer bestond niet en zeven andere verwezen naar heel andere zaken (RvD 's-Hertogenbosch 27 juli 2026, ECLI:NL:TADRSHE:2026:93). De maatregel rustte op het geheel: naast de verwijzingen woog mee dat zij in beide zaken zonder bericht niet ter zitting was verschenen. Over de betekenis van die uitspraak voor de eigen organisatie schreven we eerder in onze blog over AI-geletterdheid na de Omnibus. Een betere zoekindex verlaagt de kans op verzonnen bronnen, de controleplicht blijft onverkort staan.

Wat de lancering voor Nederlandse juridische teams betekent

Direct verandert er weinig. De index dekt volgens de productbeschrijving uitsluitend Amerikaans recht, dus een Nederlandse rechtsvraag wordt er geen zin beter van. Toegang loopt bovendien via een selectief programma waar Nederlandse organisaties vooralsnog niet op kunnen intekenen.

De indirecte betekenis is groter. De opzet van de lancering, met API-klanten, plug-ins en een ecosysteem dat OpenAI zelf "open en composable" noemt, wijst erop dat OpenAI ook de rol van modelleverancier onder juridische producten nastreeft, in plaats van een eigen eindproduct tegenover Harvey, Legora of Thomson Reuters te zetten. Nederlandse en internationale organisaties werken al met die platformen: Houthoff koos voor Harvey en Linklaters voor Legora, zoals we analyseerden in onze blog over de miljardeninvesteringen in beide platformen. Verwerkt zo'n leverancier Astra for Law straks in een functionaliteit, dan wordt OpenAI mogelijk onderdeel van de technische en contractuele verwerkingsketen. Dan volstaat het beoordelen van de overeenkomst met de eigen leverancier niet meer: je wilt ook weten welke gegevens naar die onderlaag gaan, welke rol OpenAI daarin feitelijk en contractueel heeft, en welke waarborgen daarop van toepassing zijn.

Voor het beroepsgeheim bevestigt de lancering de bestaande scheidslijn. OpenAI biedt in aanmerking komende kantoren binnen het programma Zero Data Retention op de API en uitsluiting van menselijke review in ChatGPT Enterprise, en werkt met Latham & Watkins aan informatiepermissies, ethische schermen en cliëntinstructies. Die waarborgen gelden binnen OpenAI's eigen aanbod en werken niet automatisch door in elke toekomstige integratie door een andere leverancier. De kern blijft: vertrouwelijke stukken horen thuis in een omgeving die ten minste een verwerkersovereenkomst, een no-training-garantie en vastgelegde toegangsregels kent, en waarvan je de verwerkingsketen kunt overzien. Een algemeen taalmodel blijft geschikt voor het uitleggen van een leerstuk, het analyseren van openbare rechtspraak of het opstellen van een modeltekst zonder cliëntgegevens.

Vragen voor het volgende leveranciersgesprek

De vertaalslag zit voor Nederlandse organisaties in het gesprek met de eigen leverancier. Vijf vragen verdienen daar een plek. Welke modellen en externe AI-diensten gebruikt de tool per functionaliteit, en word je vooraf geïnformeerd over een modelwissel? Welke juridische bronnen en zoeklagen gebruikt de tool voor Nederlands en Europees recht, en welke daarvan zijn gelicentieerd, openbaar of afkomstig van het open web? Welke gegevens verlaten jouw omgeving, naar welke partijen en regio's gaan die, en hoe lang worden prompts en output bewaard? Geldt de no-training-garantie ook voor de onderliggende modelleverancier, inclusief logging en veiligheidsmonitoring? En hoe ondersteunt de tool aantoonbare bronverificatie, zodat uit een audittrail blijkt dat een medewerker de controle heeft uitgevoerd?

Volgende
Volgende

Artikel: Europa's techsoevereiniteitspakket