Legal Prompt van de Week: Waar baseer je dit op?

Elke week delen we op onze website de Legal Prompt van de Week om juristen te inspireren bij het gebruik van taalmodellen in hun dagelijkse werk. Of je nu op zoek bent naar een nieuwe invalshoek, een efficiëntere manier om informatie te analyseren of een innovatieve aanpak voor juridische vraagstukken, onze prompts helpen je slimmer gebruik te maken van taalmodellen en AI. Deze week gaat het over de vraag die je bij elke output van een taalmodel zou moeten kunnen beantwoorden: komt dit uit wat ik heb aangeleverd, uit een bron, of heeft het model het zelf bedacht? In deze editie introduceren we het Herkomstlabel. Volg ons via social media of schrijf je in voor onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven.

Drie soorten tekst die er hetzelfde uitzien

Een taalmodel dat een stuk voor je schrijft, mengt drie soorten materiaal. Er is wat jij hebt aangeleverd: je aantekeningen, de vraag van een opdrachtgever, de tekst van een regeling. Er is wat het model uit een bron haalt, bijvoorbeeld via een zoekopdracht. En er is wat het model zelf invult om de tekst rond te maken: een voorbeeld, een aanname, een logische tussenstap.

In de output zijn die drie niet te onderscheiden. Ze staan in dezelfde stijl, in dezelfde alinea, met dezelfde stelligheid. Voor de lezer is het allemaal tekst van jou.

Bij het opstellen van een voorstel voor een reeks seminars ging het precies zo. De opdrachtgever had een lijst onderwerpen gestuurd. In het concept stonden zes concrete demonstratiescenario’s die naadloos aansloten op die onderwerpen. Pas op de vraag “waar baseer je dit op?” werd duidelijk dat de opdrachtgever alleen onderwerpen had genoemd en dat alle zes scenario’s door het model waren bedacht. Het waren goede scenario’s. Ze waren alleen niet van de klant, en het voorstel presenteerde ze wel zo.

Waarom je het vooraf moet vragen

De voor de hand liggende oplossing is achteraf vragen waar iets vandaan komt. Dat werkt minder goed dan je zou verwachten. Een model dat achteraf de herkomst van een passage moet reconstrueren, doet precies dat: het reconstrueert. Het zoekt in het gesprek naar iets wat de passage kan dragen en presenteert dat als bron, ook als de passage eigenlijk eigen invulling was.

Een label dat het model tijdens het schrijven moet zetten, werkt beter. Op dat moment weet het nog wat het overneemt en wat het aanvult. De instructie dwingt het die keuze zichtbaar te maken in plaats van haar in de tekst te laten oplossen.

Een voorbeeld

Je geeft het model een korte notitie van een kennismakingsgesprek en vraagt om een opzet voor een inhouse training. Met het Herkomstlabel krijg je per onderdeel een markering:

Doelgroep: twaalf juristen van de afdeling contractenrecht.
[INPUT: notitie, regel 2]

Duur: een dagdeel van vier uur.
[INPUT: notitie, regel 5]

Onderwerp 1: clausules vergelijken met een standaardmodel.
[EIGEN INVULLING: de notitie noemt "contracten sneller nakijken",
dit is een uitwerking daarvan]

Onderwerp 2: risico's van vertrouwelijke stukken in openbare tools.
[EIGEN INVULLING: niet genoemd in de notitie, toegevoegd omdat het
bij deze doelgroep gebruikelijk is]

Prijsindicatie: niet opgenomen.
[ONTBREEKT: geen informatie in de input]

Zo zie je in één oogopslag dat de helft van het programma van jou komt en de andere helft een voorstel van het model is. Dat mag, zolang je het weet voordat het voorstel de deur uitgaat.

Concrete prompts

Herkomstlabel

Wanneer gebruiken: bij elk stuk dat het model opbouwt uit jouw input, zoals een voorstel, een notitie, een opzet of een samenvatting.

Waarvoor: zichtbaar maken welke onderdelen van jou komen en welke het model heeft aangevuld.

Schrijf [opdracht] op basis van de input hieronder.

Zet achter elke inhoudelijke bewering, elk voorbeeld en elk
onderdeel een label:
[INPUT: vindplaats] als het rechtstreeks uit mijn input komt
[BRON: vindplaats] als het uit een bron komt die je hebt geraadpleegd
[EIGEN INVULLING: korte toelichting] als je het zelf hebt aangevuld
[ONTBREEKT] als het onderdeel nodig is maar de informatie ontbreekt

Regels:
- Bij twijfel tussen INPUT en EIGEN INVULLING kies je EIGEN INVULLING.
- Een uitwerking of concretisering van iets uit mijn input is EIGEN
  INVULLING, ook als die er logisch uit volgt.
- Vul niets in op een plek die je als ONTBREEKT markeert.

Opschonen na akkoord

Wanneer gebruiken: als je de gelabelde versie hebt doorgelopen en je keuzes hebt gemaakt.

Waarvoor: een schone versie zonder labels die alleen bevat wat je hebt goedgekeurd.

Hieronder staat de gelabelde versie en mijn beslissingen per label.

Maak een schone versie:
- Neem alle onderdelen met INPUT en BRON over.
- Neem onderdelen met EIGEN INVULLING alleen over als ik ze heb
  goedgekeurd.
- Laat onderdelen met ONTBREEKT staan als "[nog aan te vullen]".

Verwijder alle labels. Voeg niets nieuws toe.

Wat je zelf blijft doen

Het label vertelt je wat het model denkt dat het heeft gedaan. Dat is een goede eerste schifting, en het blijft een opgave van het model zelf. Controleer daarom steekproefsgewijs of de onderdelen met het label INPUT ook echt in je input staan. Vooral bij lange input komt het voor dat een model een eigen uitwerking toch als INPUT labelt.

De grootste winst zit in het moment waarop je het label leest. Een eigen invulling die je bewust overneemt, is jouw keuze geworden. Een eigen invulling die je niet hebt gezien, is een aanname van een model in een stuk met jouw naam erboven.

Volgende
Volgende

Copilot for Legal brengt ruim twintig juridische skills naar Word, getest in Amerikaans-Engels