Toezicht op AI-gebruik door advocaten in 2026

In het Werkplan 2026 geeft het College van Toezicht Advocatuur inzicht in de aandachtspunten die het college in dat jaar centraal stelt bij het systeemtoezicht op de advocatuur. Eén van de onderwerpen die daarbij expliciet wordt genoemd, is het gebruik van artificial intelligence (AI) door advocaten. Het college vermeldt dat het signalen ontvangt over het gebruik van AI binnen de advocatuur en dat het dit onderwerp zal betrekken bij de jaarlijkse gespreksronde met de lokale dekens.

Deze aandacht voor AI wordt niet gepresenteerd als een afzonderlijk toezichtdomein, maar als onderdeel van het bredere toezichtkader waarin het college opereert. Het college benadrukt dat het wil vernemen hoe toezichthouders omgaan met het gebruik van AI door advocaten en hoe daarop toezicht wordt gehouden. Daarmee plaatst het college het onderwerp expliciet binnen zijn rol als systeemtoezichthouder en verbindt het AI-gebruik aan de verdere versterking en professionalisering van het toezicht op de advocatuur.

De rol van het College van Toezicht Advocatuur

Het college oefent sinds 2015 systeemtoezicht uit op het toezicht dat de lokale dekens houden op advocaten en op de wijze waarop klachten over advocaten worden behandeld. Dit systeemtoezicht richt zich op de werking van het toezichtstelsel als geheel. Het college kijkt daarbij naar patronen in de taakuitoefening en naar de vraag of het toezicht en de klachtbehandeling door dekens voldoen aan de vereisten van zichtbaarheid, onafhankelijkheid, effectiviteit, professionaliteit en consistentie.

Het werkplan onderstreept dat het college geen rol heeft bij de beoordeling van individuele toezichtbeslissingen of concrete klachten. Die verantwoordelijkheid ligt bij de dekens. De dekens zijn op grond van verschillende wettelijke kaders – waaronder de Advocatenwet, de Wwft en de Wet kwaliteit incassodienstverlening – belast met het toezicht op advocaten in hun arrondissement. Het college ziet er als systeemtoezichthouder op toe dat deze taken op een adequate en consistente wijze worden uitgevoerd.

AI als expliciet onderwerp in de gespreksronde met dekens

In het werkplan voor 2026 beschrijft het college dat het jaarlijks met alle lokale dekens in gesprek gaat om zich een beeld te vormen van de werking van het toezicht en de klachtbehandeling. In deze gespreksronde wil het college bijzondere aandacht besteden aan de criteria en de methodiek die worden gehanteerd bij risicogestuurd toezicht. Daarbij wordt expliciet vermeld dat het gebruik van AI binnen de advocatuur in deze gesprekken aan de orde zal komen.

Het college geeft aan dat het signalen ontvangt over AI-gebruik door advocaten en dat het van de toezichthouders wil vernemen hoe op dit gebruik toezicht wordt gehouden. Door AI als gespreksonderwerp te agenderen, geeft het college invulling aan zijn aanjaagfunctie: het stimuleren van verdere versterking en professionalisering van het toezicht, zonder zelf normerend of handhavend op te treden ten aanzien van het gebruik van AI door individuele advocaten.

Capaciteitsdruk bij toezicht en klachtbehandeling

Het werkplan schetst een toezichtpraktijk waarin dekens te maken hebben met een aanzienlijke werkdruk. De deken is eindverantwoordelijk voor zowel het toezicht op advocaten als voor de behandeling van klachten. Daarbij constateert het college dat het aantal klachten hoog is en dat deze klachten bovendien steeds complexer worden. Daarnaast worden dekens geconfronteerd met Woo-verzoeken, vaak afkomstig van veelklagers, en met een toenemend aantal verzoeken tot aanwijzing van een advocaat op grond van artikel 13 van de Advocatenwet.

Volgens het college zet deze combinatie van taken de capaciteit van de bureaus die de dekens ondersteunen onder druk. Het werkplan vermeldt dat het in deze omstandigheden niet altijd eenvoudig is om voldoende capaciteit vrij te maken voor preventief en risicogestuurd toezicht, waaronder kantooronderzoeken. Dit vormt een structureel aandachtspunt binnen het toezichtstelsel.

Beschikbare expertise bij dekens

Naast capaciteitsvraagstukken wijst het college in het werkplan op de beschikbare deskundigheid bij dekens. Het college stelt vast dat een deken niet altijd beschikt over alle expertise die voor het toezicht noodzakelijk is. De variatie binnen de advocatuur is groot: van eenmanspraktijken tot grote en internationale kantoren, en van gespecialiseerde tot gemengde praktijken.

Als gevolg daarvan krijgt de deken te maken met uiteenlopende en vaak complexe toezichtsvraagstukken, onder meer op het gebied van deskundigheid, integriteit, financiële bedrijfsvoering en naleving van de Wwft. Het college merkt op dat toezichtactiviteiten nog geregeld worden belegd bij leden van de lokale raad van de orde, terwijl het college toezichtactiviteiten strikt aan de deken voorbehouden acht. In situaties waarin expertise ontbreekt, adviseert het college om andere dekens of externe deskundigen in te schakelen, met het oog op de onafhankelijkheid en kwaliteit van het toezicht.

Kantooronderzoeken en de toepassing van de 10%-norm

Het college heeft naar aanleiding van eerdere dekenbezoekrondes een norm vastgesteld waarbij jaarlijks 10% van de kantoren in een arrondissement een vragenlijst ontvangt die is bedoeld voor kantooronderzoeken. Deze vragenlijst bevat toezichtgerelateerde vragen. De antwoorden worden geanalyseerd door medewerkers van het bureau van de orde. Indien de analyse daartoe aanleiding geeft, kan de deken besluiten tot een kantoorbezoek of het opvragen van aanvullende informatie.

Uit de dekenbezoekronde 2025 blijkt volgens het werkplan dat deze 10%-norm nog niet structureel wordt gehaald. Daarnaast wordt vastgesteld dat de selectie van kantoren nog niet in alle gevallen risicogestuurd plaatsvindt. Desgevraagd is daarbij door dekens aangegeven dat een tekort aan capaciteit een belangrijke belemmering vormt voor het uitvoeren van preventieve kantooronderzoeken.

AI binnen het bredere toezichtkader

De aandacht voor AI wordt in het werkplan geplaatst binnen een breder geheel van ontwikkelingen die van invloed zijn op het toezicht op de advocatuur. Het college benoemt onder meer de uitbreiding van toezichttaken in verband met de modernisering van het sanctiestelsel en de gevolgen van het nieuwe Europese AML-pakket. Deze ontwikkelingen leiden tot een verdere verbreding en intensivering van het takenpakket van dekens.

Binnen deze context ziet het college als belangrijk aandachtspunt de vraag of dekens nog steeds voldoende zijn toegerust om hun taken goed uit te oefenen en verdere professionalisering te realiseren. Het gebruik van AI door advocaten wordt genoemd als één van de actuele onderwerpen die in 2026 expliciet onderdeel zullen zijn van de gesprekken tussen het college en de dekens.

Vooruitblik 2026

In het Werkplan 2026 beschrijft het college dat het tijdens de gespreksronde met dekens aandacht zal besteden aan meerdere thema’s, waaronder de inrichting van risicogestuurd toezicht, de uniformiteit van toezicht en klachtbehandeling en het gebruik van AI binnen de advocatuur. Daarbij staat centraal hoe dekens in de praktijk omgaan met deze onderwerpen binnen hun toezichthoudende taak.

Het werkplan bevat geen inhoudelijke normstelling of beoordeling van het gebruik van AI door advocaten. De aandacht voor AI is expliciet gepositioneerd binnen het systeemtoezicht van het college en richt zich op de wijze waarop dekens toezicht houden en hoe dit toezicht verder kan worden geprofessionaliseerd en versterkt.

Vorige
Vorige

Agentic AI praktisch uitgelegd voor juristen en fiscalisten

Volgende
Volgende

Over de roep om een Nederlandse AI-raad