AI neemt junior juristen het routinewerk af en daarmee een deel van hun opleiding
Generatieve AI neemt het werk over waarmee junior juristen hun vak altijd leerden: documenten doorlezen, bronnen nalopen, een eerste concept opzetten. Dat werk trainde ongemerkt het vermogen dat AI-output nu vraagt, namelijk zien wat er in een tekst niet klopt of ontbreekt. Een junior jurist leert het vak met AI daarom alleen goed als zijn organisatie eigen denkwerk vóór AI-gebruik verplicht stelt en het controleren van AI-output traint en toetst als zelfstandige vaardigheid. Hoe dat er in de advocatuur uitziet, beschrijft het augustusnummer van het Advocatenblad aan de hand van advocaat-stagiairs, AI-verantwoordelijken en opleiders. Dezelfde vraag speelt bij bedrijfsjuridische afdelingen en overheidsorganisaties die jonge juristen opleiden.
Wat routinewerk junior juristen eigenlijk leerde
Onderzoek van adviesbureau Positive Group, uitgevoerd met RSGI, Hubel Labs en Harvard-hoogleraar Ashley Whillans, beschrijft hoe beginnende juristen hun oordeel van oudsher opbouwden met grote hoeveelheden documentreview, due diligence en onderzoek, terwijl AI juist die taken nu automatiseert. Organisaties reageren door kritisch denken en het bevragen van AI-output expliciet te gaan trainen. Volgens de onderzoekers heeft nog geen enkele organisatie daar een sluitend antwoord op gevonden.
Niet iedereen deelt die zorg. Ivar Brouwer, counsel bij Houthoff en daar verantwoordelijk voor AI-implementatie, noemt in het Advocatenblad de uren die hij als stagiair besteedde aan voetnoten, typefouten en consistentiechecks een zwakke leerschool. De tijd die AI vrijspeelt, wil hij gebruiken om stagiairs eerder aan moeilijker werk te zetten.
Beide lezingen hebben gelijk, over een ander deel van het routinewerk. Van typefouten nalopen leert niemand het vak. Van nagaan of een uitspraak zegt wat de tekst erover beweert, leer je het wel, en precies die handeling is bij AI-output het zwaartepunt geworden. Wie het routinewerk wegautomatiseert zonder die controlevaardigheid apart te oefenen, haalt het fundament weg onder de strategische rol die junioren nu eerder krijgen.
Hoe de advocatuur AI inbouwt in de opleiding van junior juristen
Arthur Boitelle van NautaDutilh, die collega's in AI traint, laat jonge juristen een taak eerst zelf uitvoeren en pas daarna met AI zoeken naar verbeteringen. Een begeleider moet volgens hem altijd kunnen nagaan of de stagiair de opdracht heeft begrepen. Hester den Hollander, advocaat-stagiair bij Kennedy Van der Laan, begint bij een opdracht in de Tekst & Commentaar voordat ze een AI-tool raadpleegt, en zet AI vooral in als sparringpartner en om de leesbaarheid van teksten te verbeteren.
De Beroepsopleiding Advocaten heeft AI-geletterdheid volgens de NOvA tot vast onderdeel van het curriculum gemaakt. Bij elke opdracht vullen deelnemers een AI-formulier in: waarvoor en hoe ze AI gebruikten, en of dat het stuk beter maakte. De eigen bijdrage moet zichtbaar blijven, en de verantwoording betreft het proces, inclusief de vraag hoe de stagiair heeft gecontroleerd dat de output klopt.
Bij Pels Rijcken mogen medewerkers een AI-tool pas gebruiken na een training voor die specifieke tool, voorafgegaan door een algemene cursus over de compliancekant. Advocaat-stagiair John Heller is een van de trainers.
Van deze maatregelen is het AI-formulier volgens ons het best overdraagbaar naar andere organisaties. Het dwingt de junior om de controle als afzonderlijke stap te benoemen, en het geeft de begeleider iets concreets om op door te vragen. Een bedrijfsjuridische afdeling kan zo'n formulier invoeren zonder één nieuwe tool aan te schaffen.
Vertrouwelijkheid bepaalt waarmee junioren kunnen oefenen
Een deel van de werkwijzen in het artikel draait om dossierstukken. Heller laat AI een eerste concept van een conclusie van antwoord maken op basis van de dagvaarding, en Brouwer beschrijft een due-diligencedesk die duizenden documenten tot een conceptrapport verwerkt. Zulke toepassingen zijn alleen verantwoord in een afgeschermde omgeving die de organisatie zelf heeft gecontracteerd, met een verwerkersovereenkomst en zonder training op de ingevoerde gegevens. Het artikel beschrijft die omgeving niet, maar voor elke lezer die zo wil werken is ze de randvoorwaarde. In een algemeen taalmodel horen processtukken en cliëntdocumenten niet thuis. De NOvA vraagt advocaten in haar Aanbevelingen AI in de advocatuur de datastromen van een tool te kennen en er rekening mee te houden dat tools gegevens buiten de prompt kunnen gebruiken.
Voor het oefenen zelf is dat geen beperking. Brouwer laat stagiairs onderhandelen met de gesproken versie van ChatGPT op een verzonnen casus. De Law Firm School onderzoekt virtuele leeromgevingen waarin stagiairs zonder echte cliënten ervaring opdoen. Fictieve casussen, openbare rechtspraak en modelteksten zonder cliëntgegevens leveren genoeg materiaal op om de controlevaardigheid te trainen.
Controleren wordt de nieuwe oefenstof
Dat de controle het zwakke punt is, laat de praktijk al zien. Begin 2026 werd bekend dat drie advocaten een waarschuwing van de toezichthouder kregen omdat ze met AI gegenereerde verwijzingen naar niet-bestaande of irrelevante uitspraken bij de rechter hadden ingediend. Twee van hen moesten een verplichte AI-cursus volgen. De NOvA-aanbevelingen zijn op dit punt stellig: AI-output wordt nooit ongecontroleerd overgenomen. Ook in de procedure zelf telt dat. In onze blog over de conclusie van AG Paridaens lieten we zien dat AI-output alleen meetelt als bronnen en aannames herleidbaar zijn.
Nora Streep van de Law Firm School wijst erop dat junioren nu vaardigheden moeten leren die vroeger pas van ervaren juristen werden gevraagd. Zien wat er in AI-output ontbreekt hoort daarbij, en dat vraagt volgens haar deels ervaring. Wij trekken daar één conclusie uit: een junior kan alleen controleren wat hij in principe zelf had kunnen maken. De vlieguren verschuiven naar het beoordelen van werk, en om goed te kunnen beoordelen blijft een basis aan eigen productiewerk nodig. Een organisatie die die basis overslaat om tijd te winnen, schuift het risico door naar de senior die het eindproduct tekent.
Wat een organisatie nu kan vastleggen voor junior juristen
Artikel 4 van de AI-verordening geeft hiervoor ook een juridisch kader. Sinds de wijziging door de Digital Omnibus on AI in juli 2026 moeten organisaties die AI inzetten maatregelen nemen om de AI-geletterdheid van hun medewerkers te ondersteunen, zonder een bepaald niveau te hoeven garanderen. Volgens de vragen en antwoorden van de Europese Commissie stem je die maatregelen af op de kennis, ervaring en opleiding van medewerkers en op de context van gebruik. Alleen verwijzen naar de gebruiksaanwijzing volstaat meestal niet, een certificaat is niet nodig en een interne registratie van trainingen is genoeg. Nationale markttoezichthouders houden sinds augustus 2026 toezicht. Junior juristen vragen binnen dat kader een eigen aanpak, omdat zij AI gebruiken voordat hun eigen juridisch oordeel gevormd is.
Concreet kun je vastleggen welke taken een junior eerst zonder AI uitvoert, bijvoorbeeld het opzetten van een juridisch kader of het analyseren van een uitspraak. Neem naar het voorbeeld van de Beroepsopleiding een korte verantwoording op bij elk stuk waarin AI is gebruikt, met de controle als vaste vraag, en laat de begeleider in de bespreking doorvragen op bron en redenering. Oefen die controle gericht met fictieve casussen en openbare rechtspraak; de Bronnentoetser uit onze Legal Prompt van de Week is daarvoor een bruikbaar startpunt. Leg tot slot per tool vast in welke omgeving dossierstukken wel en niet verwerkt mogen worden, zodat een junior die grens niet zelf hoeft te trekken. Organisaties die nog aan het begin staan, vinden in onze reeks Starten met AI in tien stappen een opbouw van een eerste AI-gesprek tot eigen werkafspraken.
Op ons congres Wat AI vraagt van de juridische praktijk op 8 december 2026 in Den Haag verzorgt Franka Rolvink Couzy de workshop Opleiden en werven in een AI-praktijk. Die gaat over de vraag hoe nieuwe medewerkers oordeel en vakkennis opbouwen als AI een groot deel van hun leerwerk overneemt, met begeleiding en het kritisch beoordelen van AI-output als kernvaardigheid. Voor fiscalisten komt dezelfde vraag terug op Tax Tech 2026 op 20 november 2026, in haar workshop over veranderende rollen en talent. Op beide congressen laat de workshop Succesvol samenwerken met AI zien hoe je voorkomt dat hallucinaties in je eindproduct terechtkomen.