Rijksbrede trendverkenning noemt de AI-afhankelijkheid van het Rijk een risico voor de rechtsstaat

Het Rijk publiceerde in mei 2026 een trendverkenning die zeven themaclusters in samenhang beschrijft, van demografie tot rechtsstaat en democratie. Zo'n verkenning is geen beleid en geen recht. Het is het gedeelde vertrekpunt waaruit departementen hun eigen strategie afleiden, en daarmee een vroege indicatie van de richting waarin wetgeving, inkoop en toezicht bewegen. Wie het document juridisch leest, vindt de scherpste passages over AI in het hoofdstuk over rechtsstaat en democratie.

Wat de rijksbrede trendverkenning is

Het initiatief komt uit het Strategie Beraad Rijksbreed en het netwerk van Chief Science Officers, dat in het najaar van 2025 besloot bestaande verkenningen te bundelen. Een vergelijkbare oefening werd voor het laatst gedaan in 2013. De verkenning bundelt analyses van onder meer de OESO, de Europese Commissie en de Nederlandse planbureaus, en ordent die in een trendroos met veertien segmenten. Kunstmatige intelligentie kreeg daarin een eigen segment, naast technologie.

Die keuze zegt iets. AI wordt behandeld als een aparte maatschappelijke kracht en tegelijk als iets dat door alle andere thema's heen loopt. Het document leunt daarbij op de lezing van de WRR, die AI in Opgave AI beschrijft als systeemtechnologie, vergelijkbaar met elektriciteit. Dat rapport is uit 2021 en dus ouder dan de bronnen die wij normaal gebruiken, maar het vormt nog steeds het denkkader waarmee het Rijk zelf werkt.

Het scenario waarin bestuur op modeluitkomsten gaat leunen

In het hoofdstuk over rechtsstaat en democratie staat de passage die juristen zou moeten opvallen. De verkenning schetst richting 2040 een sluipende overgang van liberale democratie naar een technocratische bestuurscultuur, waarin de roep om daadkracht ertoe leidt dat besluiten worden genomen op basis van noodverordeningen en inzichten van kunstmatige intelligentie, met minder ruimte voor parlementair debat. Dat is een overheid die de erosie van haar eigen legitimatieketen als reëel pad beschrijft.

Onze lezing daarvan is dat het risico juridisch scherper te maken is dan het rapport doet. Een bestuursorgaan dat een besluit mede baseert op de uitkomst van een model, blijft gebonden aan de zorgvuldigheidsplicht van artikel 3:2 Awb en de motiveringsplicht van artikel 3:46 Awb. De vraag die dan opkomt is of de motivering nog kenbaar en toetsbaar is wanneer de dragende overweging uit een systeem komt dat de ambtenaar zelf niet kan navertellen. Die vraag is in de rechtspraak nog nauwelijks beantwoord, en het antwoord zal per besluitcategorie verschillen. De Rechtspraak is er intern wel mee bezig: er loopt sinds juni 2025 een landelijk programma Artificiële Intelligentie, voorlopig gericht op toepassingen buiten het rechterlijk domein.

De verkenning voegt daar een tweede punt aan toe dat in dezelfde richting wijst. Ministers zijn niet juridisch gebonden aan adviezen van toezichthouders, en wanneer wetgeving wordt doorgezet ondanks negatieve adviezen kan dat de rechtsstaat verzwakken. De Europese Commissie deed in haar rechtsstaatrapportage over Nederland aanbevelingen over strengere lobbytransparantie voor bewindslieden en Kamerleden, hervorming van de publieke omroep, en een structurele dialoog tussen de staatsmachten op basis van een rechtsstaatagenda. Snelheid en toetsbaarheid staan hier tegenover elkaar, en AI verschuift dat evenwicht naar de kant van snelheid.

Twee kaders die het Rijk zelf ontoereikend noemt

De verkenning benoemt dat de huidige juridische en technische kaders rond intellectueel eigendom niet zijn ontworpen voor de schaal en het karakter van AI-training en generatieve AI. Een rijksbreed document dat een rechtsgebied bij naam ontoereikend noemt, komt weinig voor. Voor wie adviseert over licenties, uitgeefcontracten of de output van AI-ondersteund werk is dat een bruikbaar aanknopingspunt, met de kanttekening dat er geen wetgevingsvoorstel aan is gekoppeld.

Het tweede kader is de afhankelijkheid van een handvol buitenlandse leveranciers. De verkenning wijst op de Amerikaanse Cloud Act, op een reëel risico van strijd met de AVG, en op de mogelijkheid dat beslissingen van een buitenlandse leverancier leiden tot uitval of blokkade in de uitvoering. De Algemene Rekenkamer kwam in Het Rijk in de cloud tot een vergelijkbaar oordeel over de manier waarop het Rijk zijn clouddiensten heeft ingericht. Wij schreven eerder over AI en de democratische rechtsorde en over waarom die afhankelijkheid de werking van de AI-verordening raakt.

Aandachtspunten voor advies- en contractpraktijk

De verkenning stelt dat AI-geletterdheid een bestuurlijke en organisatorische voorwaarde wordt voor verantwoorde inkoop, toezicht, validatie en publieke verantwoording. Dat sluit aan bij artikel 4 AI-verordening, dat sinds 2 februari 2025 van organisaties vraagt te zorgen voor voldoende AI-geletterdheid bij het personeel dat met AI werkt. Vier punten laten zich daaruit vertalen naar werk dat nu al op tafel ligt:

  1. leg bij AI-ondersteunde besluitvorming vast wie de uitkomst controleert, waarop die controle ziet en waar zij wordt genoteerd, zodat de motivering herleidbaar blijft tot een mens;

  2. neem in leverancierscontracten een meldplicht bij onderbreking op, plus een uitwegregeling en waar mogelijk een terugvaloptie, en let op de jurisdictie die op de dienst van toepassing is;

  3. spreek af wie het risico draagt wanneer trainingsdata van onduidelijke herkomst tot een inbreukclaim leidt, en houd er rekening mee dat het IE-kader op dit punt in beweging is;

  4. behandel AI-geletterdheid als iets dat je kunt aantonen, met een register van wie welke instructie kreeg, in plaats van als een eenmalige sessie.

Voor kantoren met een beroepsgeheim komt daar de bekende grens bij. Een algemeen taalmodel is bruikbaar voor een juridische onderzoeksvraag, het uitleggen van een leerstuk of een modeltekst zonder cliëntgegevens. Voor stukken die onder het beroepsgeheim vallen geldt dat alleen in een afgeschermde omgeving met een verwerkersovereenkomst en zonder training op de ingevoerde data.

‍ ‍

Vorige
Vorige

Het Claude-watermerk levert voorlopig geen bewijs dat een tekst door AI is gemaakt

Volgende
Volgende

Artikel: Willen we een AI-vennootschap?