Starten met AI in 10 stappen. Stap 1: je eerste AI-gesprek begint met een vraag waarvan je het antwoord al kent

Als je wilt beginnen met AI, begin dan met een gesprek over een onderwerp dat je zelf goed beheerst. Je ziet dan direct wat een taalmodel goed doet en waar het de mist in gaat, en dat oordeel heb je nodig voor alles wat je er later mee doet. Dat geldt voor de bedrijfsjurist, de overheidsjurist, de compliance officer en de advocaat op dezelfde manier. De Europese Commissie wijst er in haar vragen en antwoorden over AI-geletterdheid op dat ook organisaties waarvan medewerkers alleen een tool als ChatGPT gebruiken, onder de AI-verordening maatregelen moeten nemen om die medewerkers AI-geletterd te maken, bijvoorbeeld door hen te wijzen op het risico van verzonnen antwoorden. Met deze reeks, Starten met AI in tien stappen, helpen we je daar zelf mee op weg. Elke week behandelen we één onderwerp, leggen we de begrippen uit die je nodig hebt en geven we een oefening die je dezelfde dag kunt doen.

Wat een taalmodel doet als je het een vraag stelt

Een taalmodel is software die is getraind op enorme hoeveelheden tekst en daardoor taal kan verwerken en produceren, zoals het rapport over grote taalmodellen dat in opdracht van de Europese privacytoezichthouders verscheen beschrijft. Uit al die tekst heeft het model patronen geleerd: welke woorden, zinnen en redeneringen gewoonlijk bij elkaar horen. Stel je een vraag, dan stelt het model op basis van die patronen een antwoord samen. Een taalmodel zonder zoekfunctie haalt dat antwoord niet uit een database met gecontroleerde informatie. Daarom klinkt een antwoord bijna altijd vloeiend en overtuigend, ook als het inhoudelijk niet klopt.

Een chatbot is het programma waarin je met zo'n model praat. ChatGPT, Claude en Copilot zijn chatbots, en achter elk ervan zitten een of meer taalmodellen. Wat je in het tekstvak typt, heet een prompt. Dat kan een korte vraag zijn of een uitgebreide opdracht met achtergrond, voorbeelden en de gewenste vorm van het antwoord. Hoe je een goede prompt opbouwt, komt in stap 6 uitgebreid aan bod. Voor dit eerste gesprek volstaat een gewone vraag, gesteld zoals je die aan een collega zou stellen.

Nog één begrip dat je vandaag nodig hebt: de kennisdatum. Een taalmodel kent alleen wat in zijn trainingsteksten stond tot het moment waarop die werden verzameld. Recente wetswijzigingen en rechtspraak kent het niet, tenzij de tool ook op het web zoekt. Voor juristen is dat een van de eerste dingen om op te letten.

Je eerste AI-gesprek voorbereiden

Begin bij de tool. Heeft je organisatie een AI-tool beschikbaar gesteld, gebruik dan die, en kijk of er een intern AI-beleid is met afspraken over wat je erin mag zetten. Is er geen tool, dan is een gratis account bij een van de bekende chatbots voor deze oefening genoeg, omdat je er niets vertrouwelijks in zet. Het verschil tussen gratis en betaalde accounts behandelen we in stap 3.

Kies daarna een leerstuk uit je eigen vakgebied dat je goed kent. Hoe beter je het onderwerp kent, hoe meer je uit de oefening haalt. Een paar voorbeelden per werkveld:

  • Een bedrijfsjurist vraagt wanneer een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar is.

  • Een overheidsjurist vraagt wat het motiveringsbeginsel uit de Awb van een besluit vraagt.

  • Een compliance officer of privacyjurist vraagt wanneer een DPIA verplicht is.

  • Een arbeidsrechtjurist vraagt aan welke vereisten een ontslag op staande voet moet voldoen.

  • Een strafrechtjurist vraagt waar de grens ligt tussen medeplegen en medeplichtigheid.

Vermeld in je vraag altijd dat het om Nederlands recht gaat. Een taalmodel is getraind op tekst uit veel landen, en zonder die aanwijzing kan het antwoord op een ander rechtsstelsel leunen.

Het gesprek zelf: vragen, doorvragen, beoordelen

Een voorbeeld van een eerste vraag zoals een privacyjurist die zou typen:

Ik ben jurist en werk met de AVG. Leg uit wanneer een organisatie volgens Nederlands en Europees recht verplicht is een DPIA uit te voeren. Noem de relevante artikelen.

Lees het antwoord rustig door en vraag dan door. Het eerste antwoord is zelden het beste; de waarde zit in de vervolgvragen. Drie vervolgvragen die bij vrijwel elk onderwerp werken:

Op welke wetsartikelen, richtsnoeren of uitspraken baseer je dit? Geef bij elke bron aan waar ik hem kan vinden.

Wat is het sterkste argument tegen de lijn die je hier kiest?

Over welke onderdelen van je antwoord ben je het minst zeker?

Kom je een fout tegen, zeg dat dan in het gesprek. Schrijf bijvoorbeeld: "Volgens mij klopt het artikelnummer in je tweede alinea niet. Controleer dat en pas je antwoord aan." Je ziet dan hoe het model op correctie reageert. Soms verbetert het zich, soms houdt het vast aan de fout of verzint het een nieuwe bron. Ook dat is nuttige kennis.

Beoordeel tot slot het geheel zoals je het werk van een stagiair zou beoordelen. Loop daarbij vier punten na:

  • of de kern juridisch klopt;

  • of er iets wezenlijks ontbreekt, zoals een uitzondering of een recente ontwikkeling;

  • of de genoemde artikelen en uitspraken bestaan en zeggen wat het model erover beweert;

  • of het antwoord actueel is, gelet op de kennisdatum.

Schrijf in een paar regels op wat goed ging en wat niet. Die aantekeningen gebruik je volgende week in stap 2.

Wil je nog een stap verder, stel dan dezelfde vraag in een nieuw gesprek of in een tweede tool. Je merkt dat de antwoorden van formulering en soms ook van inhoud verschillen. Dat laat goed zien dat een taalmodel een antwoord samenstelt en het niet ergens opzoekt.

Wat je in een eerste gesprek invoert

Voor deze oefening heb je geen dossiergegevens nodig, en dat is bewust zo gekozen. Een algemene vraag over een leerstuk bevat geen persoonsgegevens, geen bedrijfsvertrouwelijke informatie en niets wat onder een geheimhoudingsplicht valt. Houd de vraag ook algemeen: details uit een lopende zaak, een intern dossier of een klacht horen er niet in, ook niet met de namen weggelaten. Voor advocaten heeft de NOvA dat in haar aanbevelingen over AI uitdrukkelijk gemaakt: geen vertrouwelijke gegevens in gratis tools. Voor juristen in een bedrijf of bij de overheid volgt hetzelfde uit de AVG en uit interne geheimhoudingsafspraken. Welke afspraken met een aanbieder het verwerken van vertrouwelijke informatie wel mogelijk kunnen maken, behandelen we in stap 3.

Ook zonder vertrouwelijke gegevens kun je veel doen. Een begrip laten uitleggen, een leerstuk laten samenvatten, een openbare uitspraak laten toelichten of een algemene modeltekst laten opstellen zijn allemaal veilige startpunten.

Wat het eerste gesprek je laat zien

Bij TIL zien we in trainingen steeds hetzelfde patroon. Opbouw en taal van het antwoord zijn meestal sterk: de uitleg is helder, logisch geordend en goed leesbaar. De zwakke plekken zitten in de details. Een artikelnummer klopt net niet, een uitspraak blijkt niet te bestaan of zegt iets anders, of een nuance uit recente rechtspraak ontbreekt. Dat zijn precies de punten die alleen iemand met vakkennis opmerkt. Wie zijn eerste gesprek voert over een onderwerp buiten het eigen vakgebied, mist die fouten en houdt er een te rooskleurig beeld aan over.

Onze lezing is daarom dat je een taalmodel het best kunt zien als een snelle assistent waarvan je het werk nakijkt. De eindverantwoordelijkheid voor wat je ermee doet, blijft bij jou. Hoe dat uitpakt als AI-output zonder controle een procedure in gaat, bleek uit een recente conclusie van de advocaat-generaal over een met ChatGPT onderbouwde schadeberekening: AI-output telt alleen mee als de onderliggende bronnen herleidbaar zijn. Juist daarom begin je met een onderwerp waarin jij de fouten herkent. Zo train je het oordeel dat je in elke volgende stap nodig hebt.

Volgende week in de reeks

In stap 2, Fouten in antwoorden, leggen we uit waarom een taalmodel soms overtuigend klinkt en toch fout zit. Je leert hoe je fouten aan de voorkant zoveel mogelijk voorkomt, hoe je een model laat werken met echte bronnen en hoe je in een paar minuten nagaat of een antwoord klopt. Je aantekeningen van deze week komen dan goed van pas.

Vorige
Vorige

Welk ChatGPT-model kies je voor welke taak?

Volgende
Volgende

Legal Prompt van de Week: Het begrip dat je zelf hebt bedacht