Inzichten
Motiveringsplicht bij AI-gebruik in overheidsbesluiten: een rechtspraaklijn in wording
De Rechtbank Den Haag heeft in juli 2025 een COA-plaatsingsbesluit vernietigd omdat het bestuursorgaan op zitting niet kon uitsluiten dat AI was gebruikt bij het opstellen ervan, terwijl daarover niets in het besluit zelf was opgenomen. Die uitspraak vormt de tweede schakel in een rechterlijke koers die dezelfde rechtbank pas op 10 juni 2025 voor het eerst expliciet inzette, gevolgd door een derde toepassing in een visumzaak op 5 augustus 2025. Het rechterlijk principe is steeds gelijk: zonder kenbare vermelding van AI-gebruik schendt het bestuursorgaan de motiveringsplicht uit artikel 3:46 Awb, gelezen in het licht van het EU-Handvest en het EVRM. Voor juridische teams in publieke organisaties betekent dit dat besluiten voortaan een dossierspecifieke vermelding van eventueel AI-gebruik moeten bevatten, ondersteund door logging en documentatie die toetsbaar zijn. Voor advocaten en juristen die burgers bijstaan, biedt deze nog jonge maar consistent toegepaste lijn een nieuwe, zelfstandige beroepsgrond die ook houdbaar is wanneer de inhoudelijke besluitvorming op het eerste gezicht niet kraakt.
Legal Prompt van de week: Minder sturen, betere output bij GPT-5.5
Deze week staat een ontwikkeling centraal die elke jurist met een eigen promptbibliotheek raakt: OpenAI bracht GPT-5.5 uit en waarschuwt expliciet dat oude prompts het nieuwe model juist tegenwerken. Effectief prompten is daarom niet langer een kwestie van zoveel mogelijk context meegeven, maar van bewust loslaten. In deze editie introduceren we de GPT-5.5 Less-is-More Prompt voor juridische analyses, met een concreet voor-en-na-voorbeeld rond een aansprakelijkheidsclausule. We laten zien hoe je rolbeschrijvingen, procesinstructies en herhalingen schrapt zonder kwaliteit in te leveren. Inclusief een ingebouwde hallucinatiecheck die GPT-5.5 dwingt eerlijk te zijn over wat het wel en niet weet.
AI Act uitstel: high-risk regels naar 2027 en 2028 na Omnibus-akkoord
Op 7 mei 2026 bereikten de Raad en het Europees Parlement een voorlopig politiek akkoord over de Digital Omnibus on AI, dat de zwaarste verplichtingen van de AI Act voor zelfstandige high-risk systemen verschuift naar 2 december 2027 en voor in producten ingebedde systemen naar 2 augustus 2028. De transparantieplicht voor AI-gegenereerde content gaat in op 2 december 2026 en houdt in dat aanbieders van generatieve AI hun output via watermarking herkenbaar maken (machineleesbaar signaal in combinatie met zichtbare labels), op dezelfde datum waarop een nieuw verbod op nudifier-apps en AI-gegenereerd kindermisbruikmateriaal van kracht wordt. Het akkoord introduceert een mechanisme om overlap tussen de AI Act en sectorale productwetgeving op te lossen, met een volledige uitzondering voor de Machineverordening, en breidt de MKB-uitzonderingen uit naar small mid-cap bedrijven. Bij TIL lezen wij dit niet als een vrijbrief om te wachten, maar als ademruimte om inventarisatie, beleidsvorming en watermarking-implementatie zorgvuldig uit te voeren. De huidige wettekst van 2 augustus 2026 blijft overigens onverkort van kracht tot de formele adoptie van het akkoord, dus organisaties moeten hun lopende compliance-trajecten voorlopig op die tekst blijven baseren.
Beleidsbrief EZK: digitale soevereiniteit krijgt richting, AVG-herziening blijft ongrijpbaar
De beleidsbrief EZK van 24 april 2026 werkt het coalitieakkoord uit en plaatst digitalisering nadrukkelijk in het kader van economische groei, weerbaarheid en strategische autonomie. Twee onderwerpen springen eruit: het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) en de Kamerbrief van staatssecretaris Aerdts over digitale soevereiniteit, beide aangekondigd voor de zomer. De NADI-deadline staat formeel op Q3 2026, wat krap is gezien de zomerreces-planning. Opvallend afwezig is een concrete uitwerking van de in het coalitieakkoord beloofde herziening van de AVG-toepassing in Nederland, ook in de beleidsbrief van Justitie en Veiligheid. Mogelijk volgt er meer in de aangekondigde Vereenvoudigingswet of de Kamerbrief over regeldruk in Q2 2026.
Claude Opus 4.7 versus ChatGPT 5.5: wie wint de lente van 2026?
Claude Opus 4.7 en GPT-5.5 kwamen binnen een week na elkaar uit en geen van beide wint over de hele linie. Opus 4.7 leidt op coding (SWE-bench Pro 64,3%), multi-tool agents via MCP en vision met 3,75 megapixel resolutie. GPT-5.5 wint op Terminal-Bench (82,7%), browsen (BrowseComp 90,1%) en geavanceerde wiskunde (FrontierMath Tier 4 35,4%). Opus 4.7 is goedkoper ($5/$25 per miljoen tokens) en eerlijker over wat het niet weet, GPT-5.5 Pro kost zes keer zoveel maar biedt extra accuratesse op de hardste taken. De keuze hangt volledig af van je workflow: test beide voordat je vastlegt.
AI-gebruik groeit, beleid blijft achter. Herken je dat?
De AFM onderzocht AI-gebruik bij 323 assetmanagers en concludeert dat de helft al AI inzet, maar dat beleid en budgetten flink achterblijven. Medewerkers experimenteren op eigen houtje terwijl organisaties geen kaders hebben gesteld voor toolgebruik, prompts of dataverwerking. Een kwart heeft geen AI-beleid, bij generatieve AI is dat zelfs tweederde, en meer dan de helft mist een ethische gedragscode. Daarnaast groeit de afhankelijkheid van een handvol niet-Europese technologieleveranciers en wordt uitlegbaarheid van AI-modellen steeds lastiger. De les reikt verder dan de financiele sector: wie AI gebruikt zonder duidelijk beleid, controles en kennis bij medewerkers, loopt risico's die je kunt voorkomen.
Mistral eruit, Copilot erin: UWV laat Europa in de kou staan
Het UWV stopt halverwege mei met Le Chat van Mistral en begint een proef met Microsoft Copilot, met als argumenten betere integratie, meer grip en minder shadow-AI. Tegelijk schrijft diezelfde overheid in haar Meerjarenvisie en Visie Digitale Autonomie dat Nederland minder afhankelijk moet worden van Amerikaanse aanbieders en dat Europese alternatieven structureel ruimte verdienen. Le Chat was precies zo'n beschikbaar, GDPR-conform Europees alternatief, maar wordt nu opzij gezet voor de gevestigde Amerikaanse stack. Daarmee stuurt de overheid het Europese AI-ecosysteem het signaal dat een kans pas komt als het product naadloos in een al-Amerikaanse omgeving past. Zonder politieke of toezichthoudende correctie blijft digitale soevereiniteit in Nederland vooral een papieren begrip.
De Chinese AI die de westerse miljardenindustrie aan het rekenen zet
DeepSeek heeft V4 uitgebracht, een Chinees AI-model dat qua kwaliteit dicht in de buurt komt van ChatGPT en Claude. Het verschil zit in de prijs: zeven tot acht keer goedkoper dan de Amerikaanse concurrentie, met deze week zelfs nog 75 procent korting bovenop. Het model is open source en deels getraind op Chinese Huawei-chips, waarmee de afhankelijkheid van NVIDIA wordt doorbroken. OpenAI, Anthropic en het Witte Huis beschuldigen DeepSeek ondertussen van het illegaal kopiëren van kennis uit westerse modellen. Voor gebruikers betekent dit één ding: de prijzenoorlog in AI is officieel begonnen.
De generatiekloof: waarom juniors en seniors anders naar AI kijken
51% van de associates noemt technologie een topuitdaging tegenover 34% van de leidinggevenden: de AI-generatiekloof is reëel. Juniors adopteren AI het snelst maar krijgen het minst toezicht, terwijl kantoren achterlopen met beleid en training. Seniors brengen patroonherkenning en oordeelsvermogen, juniors brengen technologische openheid en experimenteerdrift. Reverse mentoring, gezamenlijke verificatiesessies en co-gecreëerd AI-beleid overbruggen de kloof effectief. De kantoren die het best presteren combineren de snelheid van juniors met het oordeelsvermogen van seniors.
ChatGPT-5.5: scherper dan ooit, maar ook de grootste opschepper
GPT-5.5 is de nieuwe topversie van OpenAI en kan zelfstandig spreadsheets analyseren, presentaties maken en onderzoek doen voor betalende ChatGPT-gebruikers. Tegelijk kreeg Codex een upgrade waardoor het nu ook door je browser klikt, pdf's verwerkt en software bestuurt, als opstap naar een digitale super-app. In een onafhankelijke test scoort het model 57 procent op feitenkennis, hoger dan ooit gemeten, maar het verzint ook in 86 procent van de gevallen een antwoord als het iets niet weet. De Pro-versie die langer nadenkt presteert op dat punt zelfs slechter, omdat de extra denktijd vooral wordt gebruikt om eigen onzin te onderbouwen. Voor decks en data-samenvattingen is het een sprong vooruit, maar bij juridisch of financieel werk blijft kritisch meelezen noodzakelijk.